Wetenschap als religie: het gevaar van wetenschapsatheïsme

Zo’n jaar geleden stelde de Amerikaanse Republikein Ben Carson dat Charles Darwin onder invloed van de duivel was en de evolutietheorie niet zou kloppen. Toen de pers hem wees op de ongeloofwaardigheid van dit punt antwoordde hij dat ‘hij de religie van wetenschappers ook niet bekritiseert en dus dat zij -de pers- ook zijn religieuze standpunten niet mogen aanvallen.’ Ofwel, Carson trok de vergelijking tussen wetenschap en religie, een vergelijking die tegenwoordig vaker te vinden is. Een andere claim die je de laatste tijd vaak hoort, voornamelijk in de rechts-populistische hoek, is dat de wetenschap ‘ook maar een mening’ is. Het wegzetten van de wetenschap als mening is natuurlijk het duidelijkst te zien bij Donald Trump, die onder andere niet ‘gelooft’ in klimaatverandering, hoewel ontzettend veel wetenschappelijk onderzoek aantoont dat dit het grootste probleem van onze tijd is. Zo stelde Trump in een interview met de Miami Herald: “I am not a big believer in man-made climate change. It could be of some impact, but I don’t believe it’s a devastating impact.” Het woordje ‘believe’ lijkt te suggereren dat Trump denkt dat klimaatverandering iets is waar je al dan niet in kunt geloven. Hij zet daarbij het wetenschappelijk bewijs voor klimaatverandering, veroorzaakt door mensen, weg als slechts een ‘geloof.’

Hoewel religieuze mensen hun geloofsovertuiging vaak niet zien als iets waar ze voor gekozen hebben, maar beschouwen als de waarheid, denk ik dat er een duidelijk verschil bestaat tussen religie en de wetenschap. Waar het bij religie niet draait om bewijzen (wat is het bewijs dat God bestaat?), is bewijslast en waarheidsvinding in de wetenschap juist cruciaal. Wetenschap geeft ons ware kennis en het vergelijken van deze wetenschap met religie is een gevaarlijke ontwikkeling. Zo wordt wetenschappelijk aantoonbare verandering van het klimaat getrivialiseerd, waardoor de gezamenlijke actie benodigd om dit probleem op te lossen moeilijker en moeilijker wordt. Immers, de Verenigde Staten, met Trump aan het hoofd, zou juist een voortrekkersrol kunnen spelen op het gebied van het tegengaan van klimaatverandering, mede door hun machtige positie in de Westerse wereld op politiek en cultureel gebied.

Het probleem van wetenschap bezien als geloof komt niet slechts in de Verenigde Staten voor; het bestaat hier in Nederland net zo goed. De Partij voor de Vrijheid hecht weinig waarde aan wetenschappelijke ontwikkeling en stelt in haar verkiezingsprogramma dat, als het aan hen ligt, er helemaal geen geld meer naar innovatie en wetenschap gaat. Interessant is dat Geert Wilders onderzoek in sommige gevallen, zoals naar het succes van de euro, wel selectief inzet, maar aan andere wetenschappelijke ontdekkingen, die niet in zijn politieke programma passen, geen aandacht schenkt. Ofwel, wanneer het hem en zijn standpunten goed uitkomt, mag onderzoek ineens wél als onderbouwing voor zijn argument dienen.

Het punt is dat politici als Trump en Wilders een grote achterban hebben die zij kunnen beïnvloeden, waardoor de wetenschap onder een grote groep haar legitimiteit dreigt te verliezen. Een van de belangrijke taken voor de wetenschap is echter het controleren van de politiek. Immers, door wetenschappelijk onderzoek kunnen politieke uitspraken worden gecheckt, en kunnen bepaalde uitspraken niet meer gedaan worden, omdat onderzoek al eerder de feiten heeft aangetoond. Een verlies van legitimiteit van de wetenschap kan als gevolg hebben dat de politiek makkelijker onware uitspraken kan doen.

Het is van belang te stellen dat het wetenschappelijk onderzoek waar ik het tot nu toe over heb gehad voornamelijk natuurwetenschappelijk, of in ieder geval positivistisch, kwantitatief onderzoek betreft. Volgens deze wetenschappelijke paradigma’s zijn er door onderzoek ‘feiten’ te achterhalen, zoals het feit dat de aarde opwarmt. Het is echter zo dat veel onderzoek binnen de sociale en geesteswetenschappen gebaseerd is op een meer constructivistisch perspectief. Dit soort onderzoek claimt geen feitelijkheid, maar benadrukt juist de verschillen in gedachten en ervaringen tussen mensen. Gedachten en ervaringen die door onszelf geconstrueerd worden. Het is daarom moeilijker het directe ‘nut’ van dit wetenschappelijk onderzoek uit te leggen, dan dat van onderzoek dat stelt feitelijkheden te presenteren. Door politici als Wilders en Trump zal dit soort wetenschap daarom al helemaal geen aandacht krijgen. Uiteraard bestaat er ook binnen de wetenschappelijke literatuur de nodige discussie tussen positivistische en constructivistische wetenschappers. Ik denk dat het op dit moment makkelijker is mensen te overtuigen van de waarheid van positivistisch wetenschappelijk onderzoek en dat we daar eerst maar eens mee moeten beginnen.

Wereldwijd kijken wetenschappers vol afschuw naar wat er gebeurt met de wetenschap in de Verenigde Staten. Op 22 april lopen Amerikaanse wetenschappers mee in de March for Science, waarin ze Trump’s poging om wetenschap te ridiculiseren een tegengeluid willen geven. De Nederlandse variant van de mars wordt op dezelfde dag georganiseerd op het Museumplein. Duidelijk is dat wetenschappers niet bij de pakken neer zitten en strijden voor hetgeen zij van houden -de wetenschappelijke waarheidsvinding. Dit geeft mij hoop. De wetenschap heeft immers, samen met de journalistiek, zo’n belangrijke functie: het controleren van de politiek. De kritiek vanuit de wetenschap geeft aan dat zij deze functie zeer serieus neemt. Laten we hopen dat de wetenschap altijd blijft geloven in zichzelf, en zich tegelijkertijd weet los te maken van de huidige neiging haar te vergelijken met religie. Het gevaar van wetenschapsatheïsme ligt immers altijd op de loer.

Chris van Kalkeren

Tekst

Elliyah Dyson

Beeld

Leave a Reply