Urinoir seks: Geil en gecontroleerd

Homoseksualiteit was tot 1970 ongeveer een zonde, ziekte en misdrijf. Fout gedrag op gezag van kerk, staat, psychiatrie. Homomannen weken uit naar publieke ruimtes om seks te hebben want thuis bij echtgenote, ouders of hospita kon het niet. Op straat mocht het niet maar daar waren veel geheime plekken om het te doen waar het gevaar van nachtwacht, dienders en boze burgers dreigde. Toch was het risico beperkt omdat er vroeger minder politie was. Hoewel de afkeer van homoseks groter was, had men er minder oog voor: het was een stomme zonde, totaal onbespreekbaar en niet zo gauw opgemerkt. Homomannen gedroegen zich als makke schapen die zich aan autoriteiten onderwierpen, zich schuldig voelden over wat ze deden en zich zelden verzetten, hooguit het stiekem deden of regels naar hun hand zetten. Dat veranderde allemaal met de seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig.

Jongeren kunnen zich nauwelijks meer voorstellen dat de belangrijkste plek voor mannen om homoseks te hebben in de periode voor 1970 in publieke urinoirs en soms parken was. Er waren in die periode zo’n 50 homo-actieve pisbakken in Amsterdam. Ze waren bedoeld voor mannen die buiten werkten om daar hun behoeften te doen – zoals vrouwen ze nu opeisen voor de hunne wanneer ze uit zijn en het nergens op straat kunnen doen. Over die privaten of secreten (zoals ze vroeger genoemd werden) die homo’s voor hun seks gebruikten wil ik het hier hebben: toen de dominante plaatsen voor hen om hun plezier te vinden. Verboden maar ze deden wat hun zinnen hen ingaven. Dat zijn daarna kroegen en disco’s geworden met en zonder donkere kamers (ruimtes in de horeca voor seksuele mogelijkheden ‘onder mannen’). Nu verdwijnen die homokroegen en -disco’s alweer en maken ze plaats voor grindr en andere apps op internet voor seksuele ontmoetingen die meestal bij mannen thuis zijn, heel privé en een stuk minder publiek dan die pissoirs ooit waren. Tegelijk werd het een hele hiërarchie met een verleden van groezelige pisbakken onderaan en nu nette virtuele apps bovenaan de lijst.

Die secreten hebben een lange geschiedenis. We weten dat sodomieten in de achttiende eeuw gemakken bezochten, houten constructies onder bruggen waarvan beide geslachten gebruik maakten en hun behoeften direct in de gracht te loosden. Het waren ideale plekken om in het verborgene seks te hebben. Als andere mensen naar beneden afdaalden verrieden ze zich door de herrie die ze daarbij maakten – veel mensen liepen toen op klompen die, hout op hout, nogal wat gerucht maakten. Ook op andere plekken legden ze contacten zoals in kerken, op stadswallen of andere publieke plaatsen zoals in het toenmalige stadhuis, sinds 1806 Koninklijk Paleis. Dat pand had meer functies: op sodomie stond indertijd de doodstraf, anale niet-huwelijkse seks waarvoor vooral homo’s en weinig hetero’s veroordeeld zijn. De mannen die betrapt waren op sodomie, verraden waren of het vanwege zondegevoel bekend hadden, werden opgesloten, veroordeeld in en tenslotte voor het Stadhuis op een schavot terechtgesteld. Wat nu een paleis is was eens een multifunctioneel centrum waar het hele traject van misdrijf, arrestatie, opsluiting, veroordeling en bestraffing plaatsvond.

Het stigma op homoseksueel gedrag verminderde slechts langzaam. Het was een zonde en misdrijf maar met de scheiding van kerk en staat met de inlijving door Napoleon van wat nu Nederland is in het toenmalige Franse keizerrijk kregen we in 1811 een nieuwe strafwet. Opeens was sodomie geen halsmisdrijf meer en homoseks nog slechts strafbaar als openbare schennis der eerbaarheid ofwel publieke seks, een geweldige omslag. In 1886 kwam er een seksuele leeftijdsgrens bij van 16 jaar en in 1911, met de opmars van christelijke partijen, van 21 voor seksuele contacten van volwassenen met minderjarigen van hetzelfde geslacht. Men was bang dat jongeren door homoseksueel contact zelf zò zouden worden. Na 1850 ontstond een levendige homowereld van vooral pisbakken die met aansluiting op de nieuwe waterleiding en riolering onder bruggen vandaan kwamen en bovengronds verschenen. Er kwamen steeds nieuwe en andere modellen zoals de ‘krul’ die al in 1880 zo werd ontworpen dat agenten van buitenaf homogebruik konden constateren.

Wat deden mannen op urinoirs? Daar hingen ze rond omdat ze zin in mannenseks hadden. In de bakken lieten ze soms hun geslacht uit hun broek hangen wat anderen de gelegenheid gaf om toe te slaan en een snel nummertje te maken. Het was een subtiel spel van wie wel en niet wilde en soms had je de pech een onwillige hetero of een stille (agent) aan de haak te slaan. Nu is de seks vaak anaal, toen veelal manueel of oraal. Zoals een bezoeker me ooit zei, het was praktisch want daar zag je het eerst wat je elders het laatst zag. Er kwamen voyeurs die ding en spel liever bekeken dan het deden. Mannen ontdekten het seksueel verkeer door toeval omdat ze hun behoeftes er deden, elkaar erover vertelden, het in de krant lazen. Jongens kregen er vaak vroeg een neus voor. Het was meestal een leerzame ervaring, soms een eerste stap op een homopad dat levens bepaalde. Het waren overigens niet alleen homo’s die deze plekken frequenteerden, maar ook hetero’s die buitenshuis een seksueel kansje waagden, net als met sekswerksters. Voor beide groepen was het een minder grote stap om een pisbak dan homokroeg binnen te gaan wat meer een bekentenis was homo te zijn. Bakken waren vrijblijvender waar weinig ‘geluld’ werd en juist met lullen gespeeld. Soms fleurden graffiti-artiesten ze op en veel mannen lieten er berichten achter. Er waren schandknapen actief. Die hoeren vroegen geld en zelden de andere bezoekers. Het waren ‘democratische’ locaties waar mannen van alle klassen, leeftijden en etniciteiten kwamen. Pisbakken waren buitengewoon vieze en stinkende plekken, maar ook spannend en geil. Veel mannen kwamen er snel klaar – echt vluggertjes.

Het waren geen ongevaarlijke plekken zoals door de politiecontrole. Sommige bezoekers waren oplichters, chanteurs, boeven, geweldplegers, moordenaars. Politie én criminelen hadden het voorzien op homo’s. Een jaar geleden werd een Pool vermoord weliswaar niet in een urinoir maar bij het cruisen (homoseks zoeken) in het Oosterpark. Zoals jullie vast wel weten, is seks niet alleen plezier maar ook gevaar en niet alleen gelijkheid maar ook verschil – wat het riskant maakt.

Na 1950 bestonden de bakken en parken naast kroegen en dancings. Ook waren er gewone bioscopen waar mannen de achterste rijen gebruikten voor homoseks, en in sekscinema’s alle rijen. Het gebeurde in zwembaden, in trams, op wc’s, in warenhuizen, eigenlijk overal want homoseks was zo verdoemd dat je er niet over sprak, het niet eens zag. Niemand had indertijd door dat Wim Sonneveld een nicht als een kathedraal was en iedereen ziet het nu direct. Dat geheim versluierde de seks.

Na 1970 bestonden er meer plekken voor homoseks: buiten op urinoirs en binnen in kroegen en sauna’s, of thuis bij homo’s die nu hun eigen nest hadden. Het maakte Amsterdam tot een gay capital omdat vele seksmogelijkheden naast elkaar bestonden die er door discriminatie elders niet waren. Veel urinoirs zijn verdwenen en rond 2000 stopte het homogebruik. Nu willen vrouwen weer urinoirs, niet voor seks maar voor andere behoeftes. Seks op pisbakken is aan hen niet besteed, evenmin als homokroegen, leerscene, donkere kamers of grindr. Dat is een drempel die feministen moeten overschrijden. Het is ongehoord hoe sommige mannen de moed hadden zich niks van autoriteit van agenten of dokters aan te trekken en hun eigen weg te vinden in een verboden wereld van urinoirseks die democratisch, vrij en geil was.

Gert Hekma

Tekst

Marieke Groenendijk

Beeld

Leave a Reply