Stoelriemen vast: het neoliberalisme is binnen geslopen

In het vliegtuig zeggen ze altijd dat je eerst bij jezelf het zuurstofmasker moet opzetten, voordat je de ander helpt. Immers, een ander helpen gaat niet als je zelf niet kan ademen. Het is een mooie metafoor voor het leven. Als je niet eerst voor jezelf zorgt, kan je anderen ook niet helpen. Maar hoe goed moet je voor jezelf zorgen, voordat je iemand anders kan helpen? Waar ligt die grens? In een samenleving die steeds meer draait om individuele prestaties, in een samenleving die steeds meer wordt doordrongen door het neoliberale gedachtegoed, zie ik het gevaar dat we straks alleen nog maar onszelf helpen, en de ander laten stikken.

Adam Smith zei ooit dat wanneer individuen volledig uit eigenbelang handelen, dit door middel van een ‘onzichtbare hand’ uiteindelijk het beste zal zijn voor iedereen. Nu weten we als sociologen inmiddels wel dat dit niet waar is. Ook Smith zelf kwam nog terug op zijn theorie. Desalniettemin staat deze assumptie inmiddels centraal in het dominante politieke discours van vandaag: het neoliberalisme. Hoewel het een politiek discours is, dringt het steeds meer door tot niet-economische aspecten van de samenleving. Het onderwijs, de zorg, en zelfs milieubehoud worden doordrongen van deze valse assumptie van Smith. We moeten ons bewust zijn van de impact die dit gedachtegoed heeft op onszelf en de mensen om ons heen.

Antropologe Aiwha Ong ziet, in Foucaultiaanse termen, hoe het neoliberale politieke discours de mentaliteit van personen gaat regeren. Ze ziet dat in een neoliberaal klimaat, individuen gaan handelen volgens de marktprincipes van efficiëntie, concurrentie en zelfbelang. De neoliberale samenleving moedigt ons aan om in eerste instantie aan onszelf te denken. Het neoliberaal gedachtengoed internaliseert in ons doen, denken en zijn. Het handelen naar eigenbelang wordt een sociale norm die ons leven gaat regeren.

Eerst moeten we zelf rijk worden, pas dan geven we iets aan een ander. Eerst moeten we zelf een mooi huis en een glimmende auto hebben, pas dan denken we aan het milieu. Eerst moeten we zelf een knappe partner vinden, pas dan denken we aan onze vrienden. Het neoliberale type dat ik hier schets is een vreselijk persoon, en niet veel mensen zullen zichzelf zo beschrijven. Maar we moeten niet te snel oordelen en ook kritisch naar onszelf kijken. Goede bedoelingen dragen we constant bij ons, altruisme komt ons niet altijd even goed uit. Vele kinderen leven op minder dan een euro per dag, een euro die wij straks in Kriterion of Crea met één slok wegdrinken. Natuurlijk willen we die arme kinderen helpen, maar we willen toch ook wel graag weten wat er in de volgende aflevering van House of Cards gebeurt. En natuurlijk zijn we het niet eens met de elitaire politiek in Washington en Den Haag, maar echt protesteren doen we niet, want dat biertje viel toch net iets zwaar op de maag. In hoeverre denken we écht aan anderen? En handelen we daar ook naar?

De neoliberale tijdsgeest verleidt ons tot egoïsme. Het dringt onze leefwereld binnen zonder dat we het doorhebben. We vergeten hierdoor wat echt belangrijk is in het leven. We vergeten waarden die draaien om vriendschap, liefde, en empathie voor elkaar en de wereld. Natuurlijk moeten we goed voor onszelf zorgen. En soms moeten we inderdaad eerst onszelf helpen voordat we aan iemand anders kunnen denken. Maar als mensen zijn we afhankelijk van elkaar en de wereld waarin we leven. Als we de wereld en elkaar blijven gebruiken voor ons eigen belang, hebben we straks als de cabinedruk wegvalt, helemaal geen zuurstof meer om van te kunnen leven.

Casper te Riele

Tekst

Laurie Zantinge

Beeld

Join the discussion 2 Comments

  • Ellen Lisa says:

    Ik ben het helemaal met je eens Casper! Wat fijn dat je dit nu eens klip en klaar uitlegt. Stof tot nadenken en discussie.

  • Roel Schoonveld says:

    Goed stuk, ik ben het er helemaal mee eens!

Leave a Reply