Solidarity Forever: Autoriteit als gemeenschappelijke vijand

Op 29 juni 1985 liepen tijdens de jaarlijkse Gay Pride in Londen honderden mijnwerkers mee om hun steun te betuigen aan de Britse LHBT-gemeenschap. Deze bijzondere gebeurtenis wordt beschreven in de prachtige film Pride uit 2014. Het waargebeurde verhaal gaat over de sociale beweging Lesbians and Gays Support the Miners (LGSM), bestaande uit homoseksuele mannen en vrouwen uit Brixton, Londen, die besloten zich in te zetten voor stakende mijnwerkers. Dit lijkt op het eerste gezicht een hele uitzonderlijke combinatie, LHBT’ers en mijnwerkers, en ik hoop in dit stuk te laten zien hoe deze twee groepen elkaar vonden en hoe het hebben van autoriteiten als gemeenschappelijke vijanden, leidde tot onderlinge solidariteit. Bijzonder is dat er tegenwoordig een nieuwe sociale beweging bestaat die zichzelf ook LGSM noemt, namelijk Lesbians and Gays Support the Migrants. Ik denk dat dezelfde factoren die in de jaren ’80 van de vorige eeuw ervoor zorgde dat mijnwerkers en mensen uit de LHBT-gemeenschap samen gingen werken, ook hierbij een grote rol spelen.

Ten eerste wat achtergrondinformatie. Tussen 1984 en 1985 vond een van de langste stakingen door mijnwerkers in Groot-Brittannië plaats, nadat toenmalig Prime Minister Margaret Thatcher besloot te bezuinigen op de subsidies voor de mijnindustrie en meerdere mijnen te sluiten. Omdat de mijnwerkers staakten, hadden veel families een jaar lang geen inkomen en moesten dus leven van voedselpakketten en giften. Een groep mannen en vrouwen in Londen hoorden dit op het nieuws en besloten actie te ondernemen. Ze vormden de beweging Lesbians and Gays Support the Miners, ‘adopteerden’ een mijnwerkersdorp in Wales, en daarmee verschillende gezinnen, en hielpen met inzamelingsacties. Hoewel het contact in het begin wat stroef liep, accepteerden de mijnwerkers uiteindelijk de hulp van LGSM en liepen zelfs mee in de Gay Pride van 1985. Waarom voelden deze mensen uit de Londense LHBT-gemeenschap zich genoodzaakt de mijnwerkers te helpen?

Een eerste factor die hierbij wellicht een rol speelde was gedeelde klassenidentiteit. In de film Pride is weggelaten dat veel leden van LGSM ook aangesloten waren bij communistische bewegingen en zelf uit de arbeidersklasse kwamen. Het feit dat de mijnwerkers, uiteraard, ook tot deze klasse behoorden, zou ervoor hebben kunnen gezorgd dat de LGSM’ers zich identificeerden met deze families en ze graag wilden helpen. Dit is echter zeker niet het hele verhaal. Max Weber zou immers vraagtekens zetten bij het idee dat deze relatie volledig uit gedeelde klassenidentiteit zou voortkomen; status en leefstijl spelen hier net zo goed een rol in. Bij beide groepen is de gemeenschap zeer van belang. De mijnwerkersfamilies woonden in kleine dorpen, waar iedereen elkaar kende. De LHBT-gemeenschap in Londen was vergelijkbaar met een dorp. Dit is dus een overeenkomstig kenmerk van de groepen. Klasse en leefstijl samen zijn dus zeer belangrijk voor een gedeelde identiteit tussen de LGSM’ers en de mijnwerkers.

Een andere zeer interessante factor, is het feit dat beide groepen gemeenschappelijke vijanden hadden, namelijk verschillende autoriteiten. Margaret Thatcher en haar neoliberale bewind was een van de belangrijkste. Maar ook de tabloid pers en de politie waren van zowel de mijnwerkers als homoseksuelen in deze tijd geen vrienden. Zoals leden van LGSM zelf stelden: de Tories en hun handlangers richten zich nu op de mijnwerkers, maar dit zou net zo goed de LHBT-gemeenschap kunnen zijn geweest. Gedeelde belangen speelden dus ook mee, zowel LHBT’ers als mijnwerkers hadden er baat bij dat deze staking succesvol zou zijn, om zo de gevestigde orde te verzwakken. Door samen te werken konden ze een sterker front vormen tegen deze gemeenschappelijke vijanden. Dit leidde, samen met de gedeelde klassen- en statusidentiteit, tot een zekere solidariteit tussen de twee groepen. LGSM legde de nadruk op deze gemeenschappelijkheid, waardoor ze het vertrouwen wonnen van de mijnwerkers. En blijkbaar was dit vertrouwen, en de dankbaarheid, van de mijnwerkers zo groot, dat ze ook hun solidariteit wilden duidelijk maken aan de LHBT-gemeenschap, door mee te lopen in de Gay Pride.

In het huidige Londen bestaat er sinds een tijdje een nieuwe LGSM-beweging: Lesbians and Gays Support the Migrants. Ook bij deze beweging is de focus op autoriteiten als gemeenschappelijke vijanden duidelijk te zien, die nu voornamelijk bestaan uit Theresa May, de rechtse partijen in Groot-Brittannië, en tabloid kranten als de Daily Mail. In plaats van het ondersteunen van een staking, richten de nieuwe LGSM’ers zich voornamelijk op het voorkomen van uitzettingen van vluchtelingen. Daarnaast proberen ze aandacht te vragen voor de situatie van migranten met onder andere demonstraties. Of gedeelde klassen- en statusidentiteit hierbij nog een grote rol speelt weet ik niet, maar dat het hebben van gemeenschappelijke vijanden van belang is lijkt mij behoorlijk zeker. Twee outgroups die zich met elkaar identificeren omdat ze door de ingroup buitengesloten worden, zou Elias zeggen. Dit zorgt voor solidariteit. Zoals Dai Donovan, een van de mijnwerkers uit het dorpje Dulais, zegt in Pride: “when you’re in a battle, against an enemy so much bigger, so much stronger than you and that you have a friend you never knew existed… Well, that’s the best feeling in the world.“.

Chris van Kalkeren

Tekst

Laurie Zantinge

Beeld

Leave a Reply