Sociologie… En dan?: William Theijs

Text and photo’s by Weera Koopman

In de rubriek ‘Sociologie… En dan?’ gaan we met afgestudeerde sociologen in gesprek over wat sociologie hen heeft gebracht en waar zij terecht zijn gekomen (of juist niet). Als eerste in deze interviewreeks: William Theijs.”

William Theijs behaalde in 2008 zijn master Sociologie: Vraagstukken in Beleid en Organisatie en is nu teamleider van Brieven en Beleidsbesluiten: een uniek team binnen de Belastingdienst dat nauw samenwerkt met de politiek en de spil vormt tussen strategie en uitvoering. Hoe is het om als socioloog in de juridische omgeving van het Ministerie van Financiën terecht te komen? Op welke manier is zijn ‘sociologische bril’ van toepassing in zijn werk?

Ik ontmoet William, tevens mijn oude stagebegeleider, in het Atrium van het Ministerie van Financiën in Den Haag. We halen herinneringen op over mijn stage, praten over zijn loopbaan tot nu toe, over Boudieu’s concept habitus in relatie tot studeren, maar laten het laatste concert van Ronnie Flex ook niet onbesproken. Hoe kwam hij bij sociologie terecht? “Mijn vader wilde dat ik dokter zou worden en mijn vakken waren ook zo uitgekozen dat ik, in samenspraak met mijn vader, medicijnen zou gaan studeren. Maar daar ging mijn hart niet sneller van kloppen. Uiteindelijk heb ik toch op gevoel gekozen en dat voelde voor mij het beste. Zo ben ik ook bij sociologie uitgekomen. Ik merkte dat ik affiniteit had met het aansturen en beïnvloeden van groepen en dat sluit voor mij nauw aan bij sociologie. In die zin doe ik nu nog steeds wel iets met het beter maken van mensen, maar dan op een andere manier.”

“Wat ik heel leuk vond in mijn opleiding was het toepassen van onze kennis. Dus niet alleen theoretisch filosoferen over hoe het zou kunnen, hoe je holistisch naar bepaalde dingen kunt kijken, maar ook: hoe krijg je het werkend? Ik heb er bewust voor gekozen om tijdens mijn master sociologie ook een parttime baan te accepteren bij Rijkswaterstaat om die opgedane theorieën in de praktijk toe te passen; te spelen in het ‘echt’. Dat vond ik heel gaaf, omdat ik bezig was met de ideale combinatie tussen theorie en praktijk.”

“Het is al een tijdje geleden, maar de mooiste herinnering aan mijn studie is dat mijn docenten altijd met me mee dachten over hoe ik bepaalde dingen kon combineren met mijn persoonlijkheid. Ik moet namelijk altijd iets te doen hebben en kan niet te lang in de schoolbanken zitten. Ook bij het combineren van werk met studie voelde ik me altijd gesteund. Sommige docenten werkten voor mijn gevoel in een soort laboratorium, die waren heel theoretisch ingesteld en dat sprak mij niet zo aan. Gelukkig waren er ook docenten die met twee voeten in de modder stonden en die vond ik erg interessant”.

Op mijn vraag of William tijdens zijn opleiding al wist wat hij later wilde doen, antwoordt hij “Nee, haha, natuurlijk niet. Ik heb nooit echt een plan gehad van wat ik ga doen. Ik kom meestal wel dingen tegen, en mensen zeggen dan: volgens mij is dit heel leuk voor je. Bovendien schijn ik goed te zijn in netwerken. Ik ben nu leidinggevende, maar misschien over een tijdje projectleider of adviseur. Ik geloof namelijk dat je op elke positie invloed kan uitoefenen en dat is de rode draad in mijn loopbaan.”

Na een traineeship kwam William via via bij de juridische omgeving van de Belastingdienst terecht: “In het begin was het erg bedreigend voor mensen om een socioloog als teamleider te hebben, omdat mensen in deze hele juridische omgevingen niet weten wat gedragsdeskundigen nou doen. Ze denken dat we mensen voortdurend observeren of psychologiseren, en een aantal mensen worden daar steeds erg onzeker van. Maar eigenlijk heb je gewoon een bepaalde theoretische basis, die ik inzet om mensen positief te beïnvloeden. Door middel van coaching probeer ik de mensen in mijn team te ondersteunen bij het niet alleen hebben van hun gelijk, maar ook het krijgen van hun gelijk.

Wat ik ook leerde tijdens onze opleiding is het holistisch kijken naar een vraagstuk. Laatst had ik bijvoorbeeld te maken met een grote casus met mogelijk politieke uitstraling. Op juridisch vlak wist ik niet precies waar het over ging, maar met behulp van mijn sociologische kennis kon ik aantonen dat de gekozen invalshoek een keuze is, die niet per se de beste is. Het verbreden van een vraagstuk helpt mij, zeker als het heel stressvol is, heel erg met bepalen wat nou handig is om te doen en op welke manier ik het het beste kan benaderen.”

Als ik William vraag of hij nog tips heeft voor studenten, zegt hij dat het belangrijk is om altijd iets naast je opleiding te doen. Al snel raken we in gesprek over burn-outs onder studenten en geeft hij voor mij erg nuttig advies: “Ik denk dat de maatschappij heel veel van een student vraagt, maar tegelijkertijd ben je er zelf bij op het gebied van grenzen stellen en kijken wat je aan kan. Daarin is het belangrijk om je gevoel te volgen: als je lichaam zegt dat het niet klopt, is dat het moment om streng te zijn. Het negeren van deze signalen is de oorzaak van veel leed, denk ik. Waar ik op let, in het leidinggeven van mensen, is dat ik ze hier en daar help om te focussen. Ik maak heel veel mensen met ambitie mee, maar ambitie wordt alleen maar werkelijkheid als je je focust op een of twee dingen. Anders doe je straks helemaal niks meer in plaats van zes verschillende dingen. Dat is hetzelfde bij schoonmaken; als je zes dingen tegelijk schoonmaakt wordt niks echt schoon. Wat ik denk dat deze generatie nodig heeft, is meer in het hier en nu leven. Geniet een beetje van wat je aan het doen bent.”

Weera Koopman

Editor in chief

Leave a Reply