Schuld als katalysator van samenlevingen

Schuld lijkt, in haar meest intuitieve interpretatie, een relatie tussen een schuldenaar en een partij bij wie men een schuld heeft. Het hebben van een financiële of morele schuld ten opzichte van een ander, impliceert dat er een zekere (sociale) contractbreuk heeft plaatsgevonden. Er is een zaak waar nog aan voldaan moet worden, een boete gedaan, of een schuld ingelost. In de dagelijkse omgang betreft dit veelal kortstondige relaties tussen twee of meer personen, of tussen burgers en instituties. Schuld lijkt een concept dat zich voornamelijk leent voor conflict-theoretische, of dialectische interpretaties. Echter, een interpretatie van schuld als functioneel ten opzichte van de samenleving als geheel, lijkt minder intuïtief.
In Mauss’ iconische Essay over de Gift (2014), is het juist deze laatste zienswijze die de socioloog, overigens familie van Durkheim, uiteenzet. In een studie naar primitieve samenlevingen herkent de auteur herhaaldelijk wat hij noemt de potlach. De potlach is te bezien als ‘een systeem van totale prestaties’ waarin het geven en ontvangen van goederen en giften een belangrijke functie dient voor het voortbestaan van de samenlevingen die Mauss onderzoekt. In veel van deze tribale samenlevingen betreft het geven van giften (of het ontvangen ervan) namelijk geen vrije aangelegenheid, maar een sociale (en soms religieuze) verplichting. Voor de Maori bijvoorbeeld, draagt het gegevene een zekere mana, of ‘geest’ in zich, welke een religieuze en persoonlijke band met de gever of diens clan symboliseert. Dit resulteert in een verplichting tegenover de gever, zelfs als deze afstand heeft gedaan van het gegevene. De ontvanger staat daarmee direct in een schuldrelatie tot de gever, maar sterker, is hiermee tevens verplicht tot het in ontvangst nemen van de gift, omdat men anders geen respect uit jegens de mana die besloten ligt in de gift zelf. Verzuimen tot wederkeer van een gift richting de gever (en daarmee dus de uitruiling van mana) is dan ook een grove schending van de eer van de gever, of diens clan. Het niet respecteren van deze eer kan diepgaande consequenties hebben voor de ontvanger of de clan, zowel in het nu als in het hiernamaals.
In het uitruilen van giften komt verder een belangrijk aspect van rivaliteit naar voren. Als de mana van het gegevene geëvenaard moet worden met een wedergift van gelijke, of grotere waarde, is dit iets waarmee men kan concureren. In zoverre het offeren aan goden als gift beschouwd kan worden, is de tribale Kwakiutl stam (ja, de naamgever van gelijknamige studievereniging) een sterk voorbeeld van dergelijke rivaliteit. Bij wijze van religieus ritueel offeren zij jaarlijks het agrarisch (of giftelijke) overschot aan de goden, teneinde een overwicht aan religieuze goodwill van de goden te vergaren, ten opzichte van verwante stammen van gelijke religieuze origine. Deze schijnbare verkwisting van goederen, dient bezien in het perspectief van een potlach en rivaliteit tussen stammen, een zeer nobel doel, nauw verwant aan de eer van de stam. Anderzijds kan rivaliteit middels giften evenzeer tegen gegaan worden, zo is het in stammen op Samoa gebruikelijk de pasgeborene aan te staan aan een lid van de familie van de vader, waarmee de natuurlijke band tussen moeder en kind verbroken wordt, ten gunste van het opzetten van een ruilhandel tussen de families van de man en de vrouw. Ook hier speelt de schuldrelatie die ontstaat in het afstaan van het kind een belangrijke rol in het bestendigen van het samenlevingsverband.
Hoewel het evident is dat wij hedentendage een minder repressieve opvatting van schuld en boetedoening hebben, is een idee van potlach, als dienstbaar voor een samenleving, een interessante invalshoek voor de hedendaagse sociologie die, me dunkt, zich toch voornamelijk richt op conflicttheoretische benaderingen. De gift, het geven en ontvangen, als sociale verplichting lijkt sterke banden te hebben met wat we nu duiden als geldeconomie. Is een dergelijke conventie als ‘geldwaarde’ niet inherent gebonden aan dergelijke opvattingen over schuld als een systeem van totale prestaties? Het continu uitstellen van dat wat men toekomt, middels een devies dat we een zekere mana toekennen, en afdwingen, teneinde het vergemakkelijken van de omgang tussen individuen binnen de samenleving? Hoewel men vele objecties zou kunnen uiten tegen zo’n interpretatie van de geldeconomie, doet dat niet af aan de waarde die een onalledaagse beschouwing als die van Mauss kan hebben op ons sociologische paradigma. Mauss’ essay bij uitstek lijkt me een krachtig voorbeeld van sociologie die indruist tegen het intuïtieve, en daarmee ons kan doen reflecteren op de hedendaagse wetenschappelijke praktijk die wij sociologie noemen.

Marcel Mauss’ Essay over de Gift is in 2014 in Nederlandse vertaling verschenen bij Boom uitgevers in de serie Grote Klassieken, en voor €32,50 verkrijgbaar via www.boomfilosofie.nl

Joey de Gruijl

Tekst

Rosa van Triest

Beeld

Leave a Reply