Met gepaste trots presenteert de redactie het laatste nummer van Sociologisch Mokum van dit academisch jaar. Dit redactiejaar besluiten wij door een ode te brengen aan het lichaam. Het lichaam stond namelijk voor ons klaar als wij ons naar de universiteit moesten bewegen om colleges te volgen, en ook wanneer onze boeken gedragen moesten worden. Het lichaam hoeft echter niet alleen gedacht te worden in termen van het organisme, het levende. Het staat net zo goed voor het niet-levende oppervlak van dit fysieke tijdschrift dat mogelijk maakte dat deze letters een ondergrond kregen waarop zij gedrukt konden worden.

Hiermee willen wij in navolging van de Franse filosoof Jean-Luc Nancy pleiten voor een herwaardering van ‘het lichaam’. In zijn menselijke gedaante, maar ook als de bast van ieder ander ruimtelijk voorwerp: als de ‘buitenkant’ die de ‘binnenkant’ bestaansrecht verleent. Of dat nu de menselijke huid, een filmdoek, of het linnen van een schilderwerk is (of in dit geval het papier van ons gedrukte tijdschrift), dat is zoals Nancy omschrijft in zijn boek De indringer (2007) niet van belang. Waar het om draait is dat de nadruk op het lichaam als bijkomstigheid, verschuift naar het besef dat zij als voertuig juist een zinvolle kern mogelijk maakt. De basis van een betekenisvol geheel bevindt zich dus niet in het lichaam, maar is het lichaam.

Lees daarom deze laatste uitgave als een lofzang op het lijfelijke; in al haar gedaanten en hoedanigheden. De sociologie biedt ons een ontelbaar aantal inzichten om dit gedegen te beschouwen. De diversiteit aan artikelen van de redactie, en de zeer gewaardeerde gastbijdragen van Bart van Heerikhuizen, Abram de Swaan en Robbie Voss onderschrijven dit. Zo worden uiteenlopende onderwerpen aangesneden, waaronder de sociologie van het naaktstrand, de verhouding tussen het lichaam en architectuur, en de fluïde machtsrelatie tussen een dominatrix en haar clientèle. Verdere thematiek die aan de orde komt is onder andere de doorslaggevende rol van het lichaam voor het verloop van geweldssituaties, en de roep om meer combinatiespel tussen het lichamelijke en de ratio aan de universiteit te realiseren, ter stimulering van de verbeelding en creativiteit.

Net als voor de universiteit liggen verbeelding en creativiteit ook voor Sociologisch Mokum ten grondslag aan haar bestaan. Daarom hebben wij onder de eerstejaars studenten een opiniewedstrijd uitgeschreven waarmee zij een plek in de redactie konden bemachtigen. Nieuwe inzichten werken immers prikkelend voor ieders geest. Naast de nieuw verworven frisse blik van dit kersverse lid van de redactie kijken wij evenwel altijd uit naar onontdekt talent. Wees daarom welkom om ons te mailen met je ideeën.

Een van de andere hoogtepunten deze uitgave komt in de vorm van een klein aantal interviews. Twee van onze redacteuren verwonderden zich al tijden over de drijfveren van de oudere mannen, die verspreid over de kantines van de verschillende UvA-locaties, omgeven door een aura van wijsheid, aan het werk zijn aan Grote Projecten. Al wees één van deze heren erop dat de terminologie van ‘project’ niet de juiste is, omdat dit een zweem van “tijdelijkheid en beknoptheid van de hedendaagse gang van zaken” met zich mee zou dragen. Hoe dan ook een interessant inzicht dat leidde tot het besef dat iets soortgelijks geldt voor Sociologisch Mokum. Dankzij een redactie om trots op te zijn lukt het ons om verder te kijken dan de actualiteit, en wordt het vluchtige alledaagse voorzien van sociologische context en nuance.

Vandaar dat het nu tijd is om eer te geven aan wie eer toekomt. In het middenblad vind je om die reden kleine kunstwerkjes, in de vorm van getekende portretten van de voltallige redactie die Sociologisch Mokum dit jaar mogelijk heeft gemaakt. Voor de laatste keer dit academisch jaar: veel leesplezier!

Mark de Boorder

Tekst

Leave a Reply