Zowel het idee van de utopie, als van de dystopie verhouden zich tot de werkelijkheid, onze werkelijkheid. Waar de utopie in letterlijke zin betekent dat iets geen plaats heeft in de wereld, betreft de dystopie een vervoeging daarvan – een utopie in de meest negatieve zin des woords. Het is typerend dat het gebruik van een term als utopie vooral pejoratief van aard is, als tegenhanger van het neutralere ‘ideaal’. Stellen dat iets utopisch is, zegt namelijk zoveel als it ain’t gonna happen. Het woord suggereert daarmee ook een bepaalde relatie tussen de werkelijkheid en de toekomst, en onze visie daarop. Wat voor de één een utopie is, is voor de ander een haalbaar ideaal, bijvoorbeeld een basisinkomen. Daarnaast kan eenieders utopie voor de ander een dystopie zijn, of omgekeerd – zoals het vermarkten van de semi-publieke sector. Concepten als utopie en dystopie zeggen daarom niet alleen iets over de feitelijke stand van zaken, zoals de etymologie impliceert, maar bovenal iets over hoe wij kijken naar de wereld, en in het bijzonder de toekomst. Het zijn daarmee inherent sociologische concepten, vaak diep politiek of moreel geladen.

Deze laatste Sociologisch Mokum van dit jaar, richt zich daarom op de vraag hoe utopieën zich manifesteren in onze sociale werkelijkheid. Zo laat Chris van Kalkeren zien hoe politici het idee van een heartland inzetten om een conservatief idee van een samenleving te schetsen die nooit bestaan heeft. Rosa van Triest beschrijft haar ervaringen aan de Vrije Universiteit Brussel en hoe deze contrasteren met onze opvattingen in Amsterdam over hoe sociologie als wetenschap bedreven zou moeten worden. In een stuk over poppenliefde, schetst Sophie van der Does de dunne lijn tussen liefde en waanzin, aan de hand van de sociale druk die er bestaat op het hebben van een duurzame liefdesrelatie, en hoe wij als samenleving omgaan met de ‘foute’ liefde voor sekspoppen. Oskar Kohler zet in tweeluik uiteen hoe utopie en dystopie zich tot elkaar verhouden, en hoe beide visies een ander beeld van de moderne wereld geven. Verder hebben we Delia Spoelstra, die aan de hand van Stefan Brijs’ Engelenmaker de morele implicaties van embryologie en GenTech toelicht. Van mijn eigen hand een uiteenzetting van de donkere ruimte tussen de plek en de niet-plek: de heterotopie, zoals beschreven door Foucault. Tot slot, zoals altijd, een literaire bijdrage van Emma Stomp, en het dicht op Mokum door Rosa van Triest.

Joey de Gruijl

Tekst

Leave a Reply