Tekst Dino Suhonic
Illustratie Rosa van Triest

Mijn nichtje nam me in vertrouwen. “Ik heb een vriendje!”, zei ze opgewekt.
“Wat voor vriendje? Hoe heet-ie? Wat is zijn achternaam? Ken ik hem? Laat je nooit dwingen om dingen te doen die je niet wilt doen!” Ik kapte haar verhaal af en ik liet bezorgd weten dat daten niet zonder risico’s is. Mijn nichtje reageerde geschokt. Van alle mensen die haar beginnende relatie zouden afkeuren, was haar queer neef wel de laatste van wie ze dit had verwacht.

Het gesprek met mijn nichtje vond plaats lang nadat ik aan de wereld bekend had gemaakt dat ik queer ben. Het ontdekken van mijn queerness voelde bevrijdend. Door mijn activisme heb ik gevochten tegen de dominante hetero-patriarchale normen, maar het gesprek met mijn nichtje liet juist zien dat queer zijn niet vanzelf impliceert dat iemand bevrijd is van dezelfde normen waar men tegen denkt te vechten.

Dit was een van de pijnlijkste ontdekkingen in de eindeloze zoektocht naar mijn queerness. Ik heb in de nasleep van het gesprek met mijn nichtje gedacht dat het om onschuldige zorgen zou gaan. Ik geloofde sterk dat een mannelijk familielid zich best bezorgd mag voelen om het lot van zijn vrouwelijke familielid. Wat ik niet helemaal begreep is dat ik me niet los kon worstelen van het idee dat de rol van een (echte) man is om voogd te zijn.

Met dit voorbeeld ben ik, geloof ik, geen uitzondering. De queer gemeenschap leeft niet in een vacuüm, maar in maatschappijen waar hetero-patriarchale normen nog steeds de standaard zijn. Queer mannen zijn niet immuun voor het reproduceren van die normen, wat zich ook vaak manifesteert in seksistische kleineringen van vrouwen. We zien in de media dat het bestaan van homomannen steeds verder genormaliseerd wordt. Mits dat betekent dat homomannen meer gaan nadenken over hun positie en privileges, is dat natuurlijk een positieve trend. Daarin schieten ze nu echter vaak nog flink tekort. Zo heeft celebrity-blogger Perez Hilton heeft zijn carrière gebouwd op het slut-shamen van bekende vrouwen, en barst de bekende reality-tv serie RuPaul’s Drag Race van het seksisme en de transfobie.

Opmerkelijk fenomeen zijn ook de zogenaamde ‘gayservatives’. Een van de gezichten van die beweging is Milo Yiannopolous, die naast zijn racistische en xenofobe opmerkingen ook niet vies is van een flink aantal antifeministische en seksistische uitspraken. Zijn pendant in Nederland, de voorzitter van Jong Leefbaar (Rotterdam) en oprichter van Dutch Gayservatives Lennard van Mill noemde het idee van genderneutraliteit ridicuul en maakt graag aan mensen duidelijk dat hij zichzelf “wel als homo, maar niet als mietje” ziet.

Homomannen worden vaak vrijgesproken van misogynie omdat ze niet per se deel uitmaken van de machthebbende cis-heteromannen. Een andere foutieve denkwijze is dat homomannen zelf last ondervinden van homofobie en daarom zelf niet zouden kunnen discrimineren. Niets daarvan is echter minder waar. Bewijs daarvan is een trend die sterk in opkomst is, namelijk dat queer mannen zich steeds meer spiegelen aan de “ideale man”. Dit zien we onder meer in online datingcultuur (denk aan Grindr) waarin er expliciete eisen worden gesteld als “no fats, no fems”, en de invloed van bladen als Winq, Men’s Health en LINDA Huomo in het creëren van het exclusieve ideale mannelijkheidsbeeld – dat van de masculiene witte man, welteverstaan.

Queerness begon als het tegengaan van de normalisering van het hetero-patriarchaat, en is vanaf het begin onderdeel van de feministische beweging geweest. Des te vreemder is het dat juist homomannen vervallen in vrouwenhaat. Op welk moment in onze gedeelde geschiedenis en strijd zijn homomannen – in de ban van “echte” mannelijkheid – onderdeel van de vrouwenonderdrukking geworden?

Dino Suhonic

Redacteur

Rosa van Triest

Beeldredacteur

Leave a Reply