Onzichtbare hand schrijft geschiedenis

Een beschouwing van The New Way of The World: On Neoliberal Society Pierre Dardot en Christian Laval

Januari vorig jaar verscheen bij Verso Books de Engelse vertaling van The New Way of The World: On Neoliberal Society van de hand van professor politieke filosofie Pierre Dardot en bevriend socioloog Christian Laval. Het boek valt te lezen als een theoretische uitwijding op het werk van de late Foucault in zijn gebundelde collegereeksen getiteld Geboorte van de Biopolitiek en zijn noties van neoliberalisme en governmentality. Foucault stond bekend om zijn ‘schetsende’ werkwijze – veelal blijft nieuwe theorie een gedachtenexperiment; een onuitgewerkte suggestie en inspiratie voor andere academici. Zo bestaat er een Journal of Heterotopia Studies, hoewel Foucault de zelfbedachte term zelf slechts tweemaal laat terugkomen in zijn werk. Eenmaal in een kort essay gewijd aan het concept en eenmaal in het voorwoord van de Engelse uitgave van Les Mots et les Choses. In dit licht zien we Dardot en Laval dan ook het werk oppakken dat Foucault laat liggen in de Geboorte van de Biopolitiek en lezen we een ontstaansgeschiedenis van het neoliberalisme vanuit het theoretisch paradigma van Foucault.

Liberalisme, zoals gezien door Foucault, betreft een permanente kritiek op de soevereine macht van de staat door de markt. Het is niet slechts een economische theorie of politieke ideologie, maar bevat ook een bepaalde opvatting over de menselijke natuur als rationele actor die via J.S. Mill, Spencer, Smith en de Tocqueville doorgesijpeld is in politieke partijprogramma’s en de vrijemarkteconomie. Foucault laat daarmee zien hoe een dergelijke opvatting van de mens als subject de legitimatie en rechtvaardiging van het vrijemarktdenken vormt. De auteurs gaan op dit thema verder en tonen de veelzijdigheid en diversiteit aan opvattingen en strijd binnen liberale stromingen en laten een theoretische ontstaansgeschiedenis van liberalisme zien. Van de Darwinistische en ‘zuiver’ liberale opvattingen van Herbert Spencer, zo schrijven de auteurs: “[…] the idea that for the human species, which in this respect was comparable to other species, competition between individuals constituted the very principle of the progress of humanity” tot de legitimering van privaat bezit en hoe staatsinterventie ten tijde van crisis gerechtvaardigd raakte, zoals voorgesteld door Keynes. Het boek besluit met een beschouwing van de mens als het ultieme neoliberale subject, gevormd door het discours van de vrijemarkt: the Entrepeneurial Man.

Hoewel de auteurs wellicht cherrypicking te verwijten valt wat betreft bronkeuze – een praktijk die Foucault ook veelal verweten werd – biedt het een wonderlijk inzicht in de onstaansgeschiedenis van liberale praktijken, zonder bij voorbaat politiek gekleurd te zijn. De genese tussen enerzijds politieke filosofie en anderzijds geschiedenis en sociologie maken het boek uitermate geschikt om een bredere kijk op (neo)liberalisme als fenomeen te ontwikkelen. De kracht van het boek ligt in haar genealogische modus operandi: het is te lezen als een onderzoek naar de mogelijkheidsvoorwaarden voor het ontstaan van een neoliberaal discours, in plaats van een sec beschrijving van wie wat en wanneer zei en waarom. Juist deze insteek maakt het relevant voor mensen met een interesse in dit soort sociologische thema’s, omdat een dergelijke postmoderne insteek (soms snerend ‘relativistisch’ genoemd) voorbij gaat aan de drogere empirische beschrijvingen van veel sociologische artikelen. Omdat de auteurs niet nadrukkelijk accurate geschiedschrijving beogen laat het boek veel meer een ontwikkeling van een Zeitgeist en haar implicaties zien, dan dat er een sterke conclusie bewezen wordt. Zo bezien vertelt het boek een sterk theoretisch maar leesbaar verhaal en vormt een fantastisch fundament voor mensen die graag met termen als neoliberalisme schermen, maar eigenlijk weinig kennis hebben van wat dit concept nu eigenlijk inhoudt.

Joey de Gruijl

Tekst

Rosa van Triest

Beeld

Leave a Reply