Niemand in de stad – Waarom mannen zouden kunnen leren van ‘compulsory heterosexuality’ en het ‘lesbian continuum’

Tekst Rowan Stol
Illustratie Hanna IJsselstein Mulder

Documentairemaker Michiel van Erp kwam dit jaar met zijn eerste speelfilm, Niemand in de Stad. Het verhaal draait om een groep corpsstudenten, waarvan we met name drie jongens op de voet volgen. Philip, Matt en Jacob hebben ieder hun eigen worstelingen, maar helpen elkaar langs de successen en verliezen die het leven hen toewerpt. Philip ontdekt een bepaalde onrust binnen zijn vaste relatie en probeert deze onrust te stillen bij een ander meisje, Matt probeert met grootse gebaren en een aanwezige persoonlijkheid te verbloemen dat hij het moeilijk heeft met een aankomend verlies in zijn familie en Jacob leeft een dubbelleven waarin hij zijn homoseksualiteit voor iedereen verbergt. De luchtige, experimentele en avontuurlijke setting van het studentenleven is het decor waarbinnen hun individuele verhalen zich afspelen.

In deze levensfase wordt de transitie naar volwassenheid doorlopen. De jongens lijken zich ook bewust te zijn van deze verwachting, maar zijn ieder ontevreden over het voorbeeld van mannelijkheid dat ze hebben. De relaties met hun vaders zijn gebrekkig of zelfs afwezig door gezinsproblemen, matige betrokkenheid en interesse of onbegrip voor bepaalde aspecten in hun leven. De jongens zijn daarom aan elkaar overgeleverd voor steun en nemen voor elkaar een voorbeeldpositie in. De film kiest ervoor in te zoomen op problemen op persoonlijk en interpersoonlijk niveau, en laat structurele posities daarmee achterwege. Het privilege dat de jongens hebben als jonge, rijke, witte hoogopgeleide mannen komt hierdoor niet aan bod.

Dit lijkt een typisch feministisch kritiek, en het kan worden bevraagd in hoeverre deze elementen moeten terugkomen in een speelfilm van maximaal twee uur, dat nou eenmaal draait om de levens van een groep jongens die zich hier over het algemeen niet bewust van zijn. Ik kan er echter niet omheen dat de film soms oppervlakkig voelt, juist in zijn pogingen om zwaardere onderwerpen te behandelen. Er worden gaten opengelaten waarin de hoofdpersonages juist hadden kunnen groeien, wat naar mijn idee een meer verfrissend en gelaagd verhaal had opgeleverd. De onderlinge dynamiek in de vriendengroep is namelijk heel waardevol, maar wordt beperkt door maatschappelijke verwachtingen en het gematigd toelaten van emotionele uitingen.

De steun die de jongens bij elkaar proberen te vinden deed me denken aan een concept van dichter, essayist en feminist Adrienne Rich. In haar paper Compulsory Heterosexuality and Lesbian Existence introduceert Rich het ‘lesbian continuum’. Dit concept wijst naar onderlinge relaties tussen vrouwen, waarbij ‘lesbian’ niet refereert naar seksuele aantrekking, maar naar de steun die vrouwen bij elkaar vinden op emotioneel, mentaal en fysiek niveau. Deze steun ontstaat in de gedeelde strijd tegen het door mannen gedomineerde systeem waarin vrouwen vaak een secundaire positie innemen. Rich bekritiseert de inherente verwachting van heteroseksuele aantrekking, en de fundamentele positie die deze aantrekking inneemt. Relaties met andere personen, die een andere invulling vereisen dan bij deze verwachting past, worden volgens Rich niet genoeg waarde toegekend. Ze pleit daarom voor een meer prominente waardering van deze relaties.

‘Compulsory heterosexuality’, waarmee wordt verwezen naar het nastreven van een romantische en seksuele relatie met iemand van een tegenovergesteld geslacht, staat in de weg van het hebben van zinvolle relaties los van deze context, of het vrij ontdekken van een seksuele oriëntatie die niet past bij heteroseksualiteit. Hoewel de maatschappelijke positie van mannen verschilt van die van vrouwen (en hier onderling op basis van intersectionele posities nog verder verschillende ervaringen zijn) kan het ‘lesbian continuum’ niet zomaar worden toegepast op de ervaring van de jongens in Niemand in de Stad. Wel is het duidelijk merkbaar dat ook zij worden getergd door ‘compulsory heterosexuality’, en zouden baten bij een herwaardering van de relaties die zij hebben met elkaar, los van seksuele of romantische gevoelens. Omdat we volgens Rich een heteroseksuele relatie zien als iets dat van nature wordt nagestreefd voor emotionele en sensuele voldoening, worden personen die niet direct aan deze behoeftes voldoen gezien alsof ze aan iets ontbreken. En dus wordt soms krampachtig gezocht naar een invulling van deze behoeftes waarvan wordt verwacht dat we ze hebben, als een leegte die door sommige mensen misschien niet eens wordt ervaren, en anders ook niet als vervuld voelt wanneer een heteroseksuele relatie wordt aangegaan. Deze gedachte doet er niet aan af dat men succesvolle heteroseksuele relaties kan hebben waarin aan bepaalde behoeftes wordt gedaan, maar bekritiseert de zogenaamd inherente behoefte die iedereen, op ieder moment zou moeten hebben.

Alle drie de hoofdrolspelers hebben ieder op eigen manier moeite met deze verwachtingen. Zo gaan zowel Philip als Matt vreemd, waarbij Matt behendig meerdere seksuele contacten jongleert, tegenover Philip die zich ook emotioneel aan het andere meisje lijkt te geven. ‘Compulsory heterosexuality’ zit hen hier in de weg door de prominente positie van heteroseksuele relaties voor emotionele en sensuele voldoening. Ze zouden zichzelf en hun partners minder in de weg zitten als de lading van deze relaties niet zo zwaar was, en er in plaats daarvan meer ruimte zou zijn voor het vrij ontdekken van vriendschappen, seksuele behoeftes en interesses; dingen die vaak verbonden worden aan hun levensfase.

Het meest prominente voorbeeld waarin ‘compulsory heterosexuality’ een negatieve uitwerking heeft, is voor Jacob. Hij probeert duidelijk zijn seksuele oriëntatie te verbergen omdat het afwijkt van deze verwachting van heteroseksualiteit. Door negatieve grappen binnen de vriendengroep wordt het daarbij pijnlijk duidelijk dat homoseksualiteit misschien getolereerd maar niet echt geaccepteerd wordt. Door gebrek aan acceptatie in zijn omgeving vervalt Jacob langzaam steeds verder achter zijn masker van pretentieuze uitspraken en gebaren. Zijn verwrongen poëtische en filosofische beschouwingen blijken een roep om hulp. Dit ontwikkelt zich tot op een punt waar de jongens hun verbintenis met elkaar uit het oog lijken te verliezen, met alle gevolgen van dien. De film ontpopt zich in de ontknoping als een tragisch voorbeeld van waarom veel mannen zouden baten bij verdere acceptatie van emotionele uitingen, ook binnen hun vriendengroepen. Ik vind het echter jammer dat dit gebrek aan vrije bespreking van emoties, seksualiteit en mentale gezondheid niet wordt erkend. De emotionele groei van Philip, door wiens ogen je het verhaal bekijkt, blijft hierdoor erg beperkt.

Hiermee wordt wel geprobeerd de boodschap van Niemand in de Stad duidelijk te maken: op je vrienden kan je rekenen, maar kijk ook wat er schuilt achter de eerste indrukken. Mensen hebben soms meer nodig dan ze aan durven geven.

Rowan Stol

Redacteur

Hanna IJsselstein Mulder

Beeldredacteur

Leave a Reply