Mijn ellende bracht me in een diep
décolleté.
Da’s al wel een tijd geleden
maar tussen deze borsten
wil ik blijven leven.

De handen die mij vasthouden dragen
gouden ringen en de polsen armbanden.
Het strelen rinkelt,
en ik huil
want ik ben blij dat ik nergens anders ben,
omdat ik klem zit tussen twee borsten met spikkeltjes,
rood en rimpelig want:
de zon schijnt niet alleen voor sinaasappels,
maar ook voor ons:
vreemde geliefden, als eilanden. Kokosnoten.

Mijn wangen gloeien in de warmte van de ander,
de vrouw;
de hoogblonde Yvonne, in wiens boezem dan uiteindelijk
al mijn tranen verdwenen zijn.

Rosa van Triest

Tekst

Cleo Brekelmans

Beeld

Leave a Reply