Ken je werkgroepdocent: Sherilyn Deen

De rubriek ‘Ken je werkgroepdocent’ spreekt voor zich: middels een kort interview proberen we zij die onze werkgroepen verzorgen iets beter te leren kennen. En wat blijkt? Het zijn net mensen. Ditmaal: Sherilyn Deen (25), docent van zowel Intersectionalities als Globalising Cultures.

Sherilyn! Hoe ben jij werkgroepdocent geworden?

“Als bachelor heb ik Muziekwetenschappen gedaan. Tijdens die opleiding was ik altijd al meer geïnteresseerd in de sociologische kant van muziek. Op een gegeven moment switchte ik naar Antropologie, en uiteindelijk ben ik terechtgekomen bij de research master Social Sciences. Dat is een interdisciplinaire master waar studenten uit veel verschillende disciplines, dus ook sociologie, bij elkaar komen. Op die manier ben ik hier als junior docent terechtgekomen. Ik was afgestudeerd, en had toen hier op de afdeling een aantal mensen gesproken over mogelijkheden om les te geven.”

En hoe heb je deze positie dan precies geregeld?

“Via-via hoorde ik dat de universiteit nog docenten zocht voor Intersectionalities en enkele vakken van politicologie. Toen heeft iemand hier me aangeraden een open sollicitatie te sturen met daarin mijn expertises. Dat heb ik gedaan, en in de zomer werd mijn sollicitatie beantwoord.”

Dus je hebt deze baan door goed te netwerken.

“Precies. Ik ben bij Intersectionalities terechtgekomen omdat het heel goed aansluit bij mijn eigen achtergrond en bij wat ik al eerder had gedaan tijdens mijn studies. Mijn master, bijvoorbeeld, ging – in het kader van het publieke discours over racisme – over debatten in Nederland over het koloniaal verleden. Ik ben ook actief geweest bij Amsterdam United. Dat is een studentenplatform dat zich inzet voor diversiteit op de UvA, in brede zin. Dus op een intersectionele wijze: niet alleen ras, maar ook gender en klasse, bijvoorbeeld. Mijn interesse in intersectionaliteit was hierdoor al ver ontwikkeld.”

Vind je intersectionalities een leuk vak om te geven?

“Heel leuk. Uitdagend, ook. We behandelen in het vak (zes weken, red.) vier categorieën: ras, gender, seksualiteit en klasse. Maar er zijn natuurlijk talloze categorieën die óók invloed hebben op het verloop van een menselijk leven: leeftijd, gezondheid, religie, noem maar op. Dat je hieruit moet kiezen, dat vind ik moeilijk. Wat ik ook lastig vond, is dat je maar één week per categorie hebt, terwijl je een heel vak om elke categorie heen zou kunnen bouwen. Datzelfde geldt voor de intersectionele analyse: die leer je maken in de laatste week, terwijl je eigenlijk meer tijd nodig hebt om zo’n analyse goed te kunnen maken. Zoals ik zei, is het een flinke uitdaging.”

Intersectionaliteit is geen onbetwiste methodologie. Merkte je dat in de werkgroepen?

“Ik merkte wel dat sommige studenten worstelden met het idee dat er veel andere variabelen zijn die hun levens óók beïnvloeden En dat is ook zo: we zijn allemaal individuen met persoonlijke ervaringen. Toch geloof ik wel dat er categorieën zijn die relevant zijn in veel contexten, waarop bovendien zelfs instituties en beleid zijn gebouwd. Denk aan de universiteit: dat is een instituut waar heel lang kennis is geproduceerd over – maar niet dóór – vrouwen en mensen van kleur, die wel lang een weerslag heeft gehad op hun maatschappelijke positie. Tijdens het koloniale tijdperk, bijvoorbeeld, is er veel kennis geproduceerd over de koloniale ‘ander’, in de vorm van onder andere rassenleer of eugenetica. Die kennis is eeuwenlang gebruikt om kolonialisme en slavernij te legitimeren. Dat is nu niet meer specifiek het geval, maar ik denk wel dat je daar nog steeds de gevolgen van kunt zien. In bijvoorbeeld het curriculum: wie lezen we? Dat zijn toch vaak mensen geweest die er bepaalde ideeën op nahielden die schadelijk zijn geweest.”

Wat doe je op je vrije zaterdagavond?

“Niet zoveel. Van uitgaan houd ik niet zo, maar spelletjes spelen vind ik wel fantastisch. Ik heb laatst het spel Tac gekregen van mijn vrienden. Omdat het nieuw zo’n 80 euro kost, hebben mijn vrienden het zelf getekend, op de achterkant van een dienblad. Het is een soort Mens Erger Je Niet, maar dan met messed up regels. Je speelt het met kaarten, en dan bepaalt je kaart wat je doet. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat je een tegenstander van het bord gooit, dat je pionnen mag wisselen, dat je achteruit mag lopen. Het is pure chaos, maar wel leuk. Dus dat spelen we heel vaak in het weekend. Ook met Yoren (Lausberg, red.), trouwens. Die wordt er heel fanatiek van.”

Heb je een interessante guilty pleasure?

“Ik vind het stiekem heel leuk om zo nu en dan – dus niet per se op mijn vrije zaterdagavond – vlogs te bekijken. Wat Monica Geuze doet, bijvoorbeeld, vind ik reuze interessant. Mijn vriend geeft les op het mbo, en zijn studenten zijn net wat jonger dan de studenten die ik lesgeef. Zij leven echt op YouTube, terwijl ik ben opgegroeid met MSN en later met Hyves. Toen Monica haar kind had gekregen, had ze een vlog gemaakt over de geboorte. Dat was een persoonlijk verhaal van een jonge vrouw die net een kind heeft gekregen, en zij vertelt mij dingen die ik misschien anders nooit had geweten. Hartstikke informatief, dus. Ze reproduceert ook dingen waar ik minder achter sta, zoals self-made capitalism, maar ik vind het ook belangrijk om me met personen zoals zij bezig te houden. Om te blijven weten wat er speelt.”

“Wat de term guilty pleasure trouwens wel impliceert, is dat ik mij als hoogopgeleid en op de universiteit werkend persoon eigenlijk niet bezig zou moeten houden met dergelijk entertainment. Dat vind ik klassistische onzin. Zolang je alles maar met een kritisch oog bekijkt, valt er van iedereen wel wat te leren.”

Wat wil je over 20 jaar bereikt hebben?

“Ik zou het heel fijn vinden om iets bij te dragen aan de kennis van Nederland over ras en racisme. Ik heb het idee dat we heel erg illiterate zijn: dat we het heel moeilijk vinden om hierover na te denken. Dat is iets dat ik zowel frustrerend vind, als – en dat hangt vaak met elkaar samen – fascinerend. Waar komt het vandaan? Waarom vindt men het zo moeilijk en ongemakkelijk? Daar wordt in Nederland nog niet heel veel onderzoek naar gedaan, wat ook weer te maken heeft met institutionele structuren: waar gaan geldstromen heen, wat wordt wel of niet als belangrijk geacht voor onderzoeksdoeleinden? Op dat gebied zie ik wel een rol voor mij weggelegd.”

Wordt er nog niet genoeg geschreven over ras en racisme?

“Dat denk ik niet. Als we over ras praten, wordt er vaak gedacht dat ras iets is. Het wordt vaak ook gelinkt aan het biologische: als we praten over ras gaat het vaak over huidskleur. Etniciteit wordt daar dan tegenover gezet als neutrale categorie, want dat gaat ‘gewoon’ over iemands achtergrond. Maar racialisering gebeurt op verschillende gronden en er zijn allerlei categorieën (denk aan autochtoon-allochtoon of moslim) die niet per se geassocieerd worden met ras als biologische categorie, maar die wel geracialiseerd kunnen zijn omdat er allerlei discoursen en daarmee connotaties aan verbonden zijn die een classificatie maken tussen het superieure zelf en de inferieure ‘ander’.”

“Cultuur ligt ook ten grondslag aan die raciale logica van verschil en hiërarchie. Ik merk dat dit ook binnen de academie onduidelijk is. Als we ras bespreken, praten we – zoals ik net al aangaf – vaak nog louter over biologische aspecten als uiterlijk en kleur. Ik denk dat die ook zeker nog een rol spelen, maar tegelijkertijd moeten we ook culturele redeneringen in acht nemen. Daar kan zeker nog onderzoek naar worden gedaan.”

En dat ga jij doen.

“Wie weet.”

Wie is je favoriete socioloog?

“Dat vind ik echt een hele moeilijke vraag. In Nederlandse context vind ik Gloria Wekker geweldig: puur omdat zij nu ook werk heeft geschreven waarvan ik denk dat het een hele belangrijke opening is voor het werk dat ik zou willen doen. Met Witte Onschuld heeft ze wel iets op de kaart gezet, wat voor mensen als ik – die graag onderzoek willen doen naar ras en racisme in Nederlandse context – wel wat deuren opent.”

[lachend] Alleen maar uit eigenbelang, dus.

“Nee-nee-nee! Zo bedoel ik het niet! Ik wil dit interview echt lezen voordat je het publiceert.”

“Ik waardeer Wekkers werk niet alleen omdat het een weg voor mij heeft gebaand, maar natuurlijk ook omdat het inhoudelijk sterk is. Je ziet dat het resoneert met een breder publiek, dat veel Nederlanders van kleur zich in haar verhaal herkennen. Aan de andere kant geeft alle kritiek die ze over zich heen heeft gekregen ook aan dat ze een gevoelige snaar raakt. Die kritiek en weerstand getuigt ook van waarde.”

Nog even over mannen, die de laatste tijd vaak onderwerp van discussie en zelfs het thema van deze SoMo zijn. Waarom reageren sommige mannen zo fel op het huidige feminisme?

“Ik denk dat mannen zich realiseren dat feminisme ook over hen gaat. Er heerst een vijandige houding, alsof vrouwen uit zijn op het ontketenen van een revolutie waarin we mannen gaan onderwerpen. Alsof mannen slachtoffer zullen worden van feminisme. Ik wil niet het idee wekken dat er maar één soort feminisme is, maar de meeste feministische stromingen zijn daar niet op uit. Vaak wordt er vergeten dat mannen heel lang privileges hebben gehad ten koste van vrouwen. Hierdoor voelt gelijkwaardigheid als verlies. Ik denk dat een Jordan Peterson daarom ook zo populair kan worden.”

Wat wil Sherilyn Deen zeggen tegen alle lezende mannen?

“Onderzoek het ongemak dat je voelt als het gaat om jouw veranderende positie in de samenleving. Vraag jezelf: waar komt dit gevoel vandaan? Ga op basis daarvan het gesprek aan, in plaats van het ongemak te nemen voor wat het is en van daaruit te reageren. Neem je ongemak mee als een onderwerp dat bediscussieerd kan worden, en niet als iets dat jou moet sturen in jouw reactie. Geen: ‘dit is onzin’, maar: ‘ik voel me hier ongemakkelijk bij. Waarom is dat het geval?’”

Jorit Verkerk

Hoofdredacteur

Giulia Morlando

Beeldredacteur

Join the discussion One Comment

Leave a Reply