In deze editie van de SOMO met het thema ‘Conflict’ gingen Chris van Kalkeren en Casper te Riele met geslepen pennen de strijd met elkaar aan over of protest beter geweldloos of gewelddadig kan zijn.

Heiligt het doel de middelen? Een vraag waar altijd veel discussie over bestaat, vooral wanneer het gaat over het inzetten van geweld door activistische bewegingen om hun doel te bereiken, wat dat dan ook mag zijn. Van het bekogelen van de politie met stenen, tot het plegen van aanslagen op politici: geweld wordt vaak gebruikt met het idee dat het het enige middel is om uiteindelijk verandering teweeg te brengen. In dit stuk hoop ik, aan de hand van het boek From Dictatorship To Democracy van Gene Sharp, de andere kant van het verhaal te laten zien, door te beargumenteren dat juist geweldloos verzet kan leiden tot het omverwerpen van dictatoriale, en wellicht ook democratische, maar op punten onderdrukkende, regimes.

Gene Sharp is een Amerikaanse politicoloog, die veel onderzoek heeft gedaan naar geweldloos verzet, door onder andere te kijken naar de methodes en strategieën van Gandhi en de van oorsprong Nederlandse Abraham Johannes Muste. Laatstgenoemde heeft een grote rol gespeeld in de Amerikaanse pacifistische beweging van de jaren ’40 en ’50 en onder andere Martin Luther King als leerling had. Sharps boek From Dictatorship To Democracy uit 1993 beargumenteert niet alleen waarom geweldloos verzet de beste strategie van verzet is, maar geeft ook duidelijke suggesties voor methodes om dit verzet uit te voeren. Hierom is het boek onder andere gebruikt bij de Egyptische Revolutie in 2011. Sharps hoofdargument voor zijn idee dat burgerbewegingen succesvoller zijn wanneer zij zich zonder geweld verzetten is het volgende: “By placing confidence in voilent means, one has chosen the very type of struggle with which the oppressors nearly always have superiority”. Dus, wanneer het op geweld aankomt, zal de onderdrukker (in Sharps geval is dit meestal de staat) vrijwel altijd sterker zijn. Immers, de staat heeft een geweldsmonopolie, en toegang tot veel meer munitie, wapens, voertuigen, en vrouw- en mankracht (soldaten en agenten). Je zou kunnen zeggen dat het als bevolking een onbegonnen strijd is om zich met geweld te verzetten tegen de onderdrukker.

Met geweldloze methodes kun je als bevolking echter een heel eind komen. Protesten vindt Sharp goed, maar hij benadrukt ook dat deze vaak slechts een symbolische functie hebben. Om echt verandering teweeg te brengen moet je vooral gebruik maken van non-coöperatie. Hierbij moet je denken aan economische non-coöperatie, zoals boycots en stakingen, en politieke non-coöperatie, bijvoorbeeld door verkiezingen te boycotten of aangewezen ambtenaren niet te erkennen. Tevens is het volgens Sharp zeer van belang groepen achter je verzetsbeweging te krijgen die officieel in dienst zijn van het regime, zoals de politie, het leger, en ambtenaren. Juist wanneer zij niet openlijk toegeven dat zij de beweging steunen (anders worden ze immers toch wel ontslagen, of erger) kunnen deze groepen een grote rol spelen in het verzet, door bijvoorbeeld ‘onoplettend’ te zijn en activisten niet te arresteren. Tenslotte stelt Sharp dat, wanneer een burgerbeweging succesvol is geweest, het ongelooflijk belangrijk is meteen door te zetten met het construeren van een democratische samenleving. Een land dat net dictatorloos is geworden, is immers zeer kwetsbaar en er bestaat een groot risico dat de macht opnieuw gegrepen wordt door een onderdrukkend(e) persoon of groep. Voor het installeren van een duurzame democratie geeft Sharp handvaten.

Dat activisten, die jarenlang zijn onderdrukt, door opgelopen frustratie en gevoelens van machteloosheid overgaan tot geweld is te begrijpen. Sharps boek laat echter zien dat, in ieder geval in een strijd tegen de staat, geweldloos verzet succesvoller kan zijn dan gewelddadig verzet. Voorbeelden als het burgerverzet in Thailand tegen het militaire bewind in de jaren ’70, dat voor een korte periode succesvol was, en het voortdurende geweldloos verzet van de Tibetanen tegen China, dat heeft geleid tot een zekere empowerment van de Tibetaanse bevolking, laten zien dat geweldloos verzet zeker kan slagen. Hoewel geweldloos verzet uiteraard niet altijd leidt tot hetgeen gehoopt wordt, gaat het hierom: in een geweldloze strijd zullen er absoluut kosten zijn, maar zullen er vrijwel zeker minder levens opgeofferd moeten worden voor de strijd dan wanneer een verzetsgroep zelf geweld gebruikt. Dat brengt ons echter toch weer terug bij de eerste vraag: heiligt het doel de middelen (dus: levens)? Voorlopig zal er denk ik geen eenduidig antwoord hierop komen.

Chris van Kalkeren

Tekst

Bram Visser

Beeld

Leave a Reply