Na jaren smeken bij mijn ouders om een hondje, ondanks mijn duidelijke allergie voor alle harige organismen, werd ik rond mijn tiende verblijd met een hyperactief Jack Russeltje. Zo eentje die minimaal 4 uur per dag moet rennen, waarvan ik tot mijn twintigste onafscheidelijk was. Je hoort vaak dat honden op hun baasjes lijken; waar mijn Jack Russel niet te harden was in de avond wanneer hij niet genoeg was uitgelaten, zo was ik altijd.

Door de jaren heen leerde ik het beter onder controle te houden. Waar ik op de basisschool elke anderhalf uur een rondje om het schoolplein moest rennen om te kunnen blijven leren over staartdelingen, werd rond mijn zestiende de Jack Russel in mij voorgoed verbannen naar de binnenkant van mijn schedel. Dit betekende daarentegen niet dat de permanente onrust in mij, en de neiging om rondjes om het schoolplein heen te rennen, verdween. Dit werd omgezet in vingers die tikken op de tafel, trillende onderbenen, stampende voeten maar vooral gedachten in mijn hoofd die net zo snel rondgingen als mijn Jack Russel om de tafel rende.

Regelmatig kreeg ik de quasi grappige vraag: “Heb jij je pilletje wel genomen?”. Mezelf laten testen, en het labeltje ADHD opgeplakt krijgen, voelde voor mij hetzelfde als deze grappenmakers gelijk geven. Aangezien ik het VWO zonder mijn ‘pilletje’ prima volbracht had, gold dat label duidelijk niet voor mij. Toen ik begon met studeren, uit huis ging en er een baantje bij kreeg, werd het behouden van concentratie om al deze dingen te balanceren onmogelijk. Aanmaningen naar aanleiding van niet betaalde rekeningen vlogen mij om de oren, te laat komen bij colleges was eerder de regel dan de uitzondering en op komen dagen bij sollicitaties voor leuke bijbaantjes leek onmogelijk. In de permanente chaos die zich inmiddels intern gemanifesteerd had ging een hele hoop verloren. Toen ik rond mijn twintigste in een halve burn-out terecht kwam besloot ik mij toch te laten testen. Ik vind het moeilijk om uit te leggen hoe het voelt om ADHD-medicatie te krijgen na jaren functioneren zonder. Ik vergelijk het zelf vaak met proberen te ontspannen in een ruimte waar constant een brandalarm afgaat. Als het lang genoeg duurt hoor je het niet meer, maar wanneer het brandalarm eindelijk uitgaat is het gevoel van rust en stilte overweldigend. De Jack Russel in mij kon opeens tot stilstand gebracht worden

De markt voor ADHD-medicatie openbaarde zich pas aan mij nadat ik ‘dex’, zoals het door menig student liefkozend genoemd wordt, op recept kreeg. Plotseling kreeg ik met regelmaat berichtjes in de volgende trant: “Hey Delia, ik hoor dat je receptje hebt gefixt. Verkoop je ook? ”. Dexamfetamine is een medicatie die wordt voorgeschreven aan mensen met [Attention Deficit Hyperactivity Disorder],volgens [artsennet] een sterk erfelijke afwijking van kleine onderdelen van de hersenen, die begint in de kindertijd en levenslang klachten en disfunctioneren kan veroorzaken. Het wordt in verband gebracht met leer-, werk- en relatieproblemen, slechtere gezondheid, verslavingen, psychiatrische stoornissen en algeheel maatschappelijk disfunctioneren. Vooral dit laatste onderdeel is interessant. Blijkbaar heeft de maatschappij zelf, en de eisen die het wellicht stelt aan ons, invloed op in hoeverre deze neurologische afwijking daadwerkelijk een belemmering vormt.

Er is een samenleving gecreëerd waarbij het gebruik van ADHD-medicijnen, terwijl je geen ADHD hebt, normaal is geworden. Een markt voor ritalin, concerta en dexamfetamine heeft zijn intrede gedaan onder de generatie hoogopgeleiden in spé. Als ik mijn medicatie zou verkopen zou ik inmiddels geen studentenlening meer hebben om af te betalen. Simpelweg een goed stel hersenen hebben, zonder neurologische afwijkingen, is blijkbaar niet meer voldoende. Waar komt de wil vandaan om je prestaties op werk en studie door middel van chemische substanties, want dat is wat ADHD-medicatie is, te verbeteren?

Als dit wordt doorgetrokken naar de samenleving als geheel wordt er een wapenwedloop-effect ingezet. Als iedereen bij de top wil horen, desnoods met gebruik van studiedoping, zal de gemiddelde productie en kwaliteit van studenten omhoog gaan. Om dit nieuwe kunstmatige gemiddelde boven te blijven, zal de voormalig bovengemiddelde student ook studiedoping moeten gebruiken om het bij te houden en niet een zesjesstudent te worden. Het resultaat ervan is op de lange termijn dat de prima middenmootstudent ofwel afzakt naar een lager opleidingsniveau ofwel ook aan de studiedoping zal moeten. Daarnaast wordt de ADHD student die dankzij medicatie en trainingen als ‘normaal’ kan functioneren ingehaald door de normale studenten die nu ronduit supermensen zijn geworden met een concentratieboog van 15 uur.

In Amerika wordt inmiddels al gesproken over “Generation ADHD-meds”. Wie zegt dat de wil om te presteren slechts blijft bij het studentenleven? Zitten we straks als een zombie generatie ook op de werkplek te overpresteren achter de macbookjes? Daarnaast is over de langdurige effecten van ADHD-medicatie is nog steeds weinig bekend. Kinderen die langdurig ritalin slikken bijvoorbeeld, ervaren significant groeiachterstanden. Voordelen onder volwassenen zonder ADHD, zoals langer kunnen concentreren of alerter blijven, zijn maar van korte duur. Weegt dit op tegen de bijwerkingen als slaapproblemen, afhankelijkheid, een toegenomen kans op een psychose en op de lange termijn de verwoesting van zenuwcellen? Als maatschappij moeten we ons afvragen in hoeverre dit wenselijk is, en zal vooral gekeken moeten naar wat hieraan te doen is. We moeten voorkomen dat we behalve generatie ADHD-medicatie over een aantal jaar ook generatie Zombie genoemd worden.

Delia Spoelstra

Tekst

Laurie Zantinge

Illustratie

Leave a Reply