De Engelenmaker – Stefan Brijs

Mijn wellicht oppervlakkige voorkeur voor boeken met prachtige titels leidde me tot het boek de Engelenmaker (2005) van Stefan Brijs. Het voordeel van deze voorliefde voor schitterende titels is dat ze meestal gekoppeld zijn aan simpelweg fantastische verhalen. Zo ook deze keer.

Sommige inwoners van Wolfheim beweren nog altijd dat ze eerst het driestemmige gehuil van de baby’s op de achterbank hadden gehoord en pas later het motorgeluid van de taxi zelf die het dorp binnenreed.

Op een zaterdagmiddag, 13 oktober 1984, onder het geluid van een kerkklok die driemaal luidt rijdt dokter Victor Hoppe na twintig jaar afwezigheid Wolfheim binnen. Zijn Duitstalige geboortedorp, gesitueerd nabij het drielandenpunt. Hij opent daar een dokterspraktijk, zoals zijn vader dat ooit deed. Hij wordt vergezeld door een roodharige drieling die sporadisch gezien wordt en waar een groot mysterie rond blijft hangen. Waarom worden ze zo weinig gezien door de dorpelingen, wie is de moeder en waarom zien ze er zo merkwaardig uit?

De dorpelingen, bevangen door geloof en bijgeloof, zijn op z’n minst wantrouwig tegenover dokter Hoppe. De achterdocht wordt gevormd door roddels, de afwezigheid van een moeder voor de drieling, zijn duivelse rode haar, de demonische hazenlip en de uitspraken van pastoor Kaisegruber die al bijna veertig jaar aan de parochie verbonden is:

Wees gewaarschuwd want te grote draak is geworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet, en de ganse wereld verleidt! Hij is, zeg ik u, hij is geworpen op de aarde, en zijn engelen zijn met hem geworpen!

De drie kinderen, op het moment van aankomst in het dorp nog baby’s, ogen identiek en hebben net als hun vader knalrood haar en een hazenlip. Ze zijn volgens Dokter Hoppe geboren op 29 september, de naamdag van de Heilige aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël met wie de roodharigen de naam delen. Dat dokter Hoppe de duivel zou zijn, op aarde geworpen met zijn engelen lijkt hiermee lastig te ontkennen. Maar het voorspelde onheil treft Wolfheim niet. Nadat dokter Hoppe kleine George, een kind uit Wolfheim, redt van verstikking en pastoor Kaisergruber verlost van zijn maagontsteking krijgen de dorpelingen langzaam vertrouwen.

Met de verdwijning van achterdocht en de nieuwsgierigheid naar de kinderen wordt de dokterspraktijk van dokter Hoppe steeds drukker bezocht door dorpelingen met bestaande en denkbeeldige kwaaltjes. De drukte in de praktijk heeft tot gevolg dat dokter Hoppe op zoek moet naar een oppas tijdens kantoortijden. Hoewel alle vrouwen in het dorp van mening zijn dat elk van hen individueel het meest geschikt zou zijn voor de taak verkiest dokter Hoppe Charlotte Maenhout. Vanaf dat moment wordt op een briljante wijze het verhaal achter de drieling onthuld.

Het boek bestaat uit drie delen, waarbij elk deel meer licht schijnt op het leven van dokter Hoppe en hoe het verloop hiervan heeft geleid tot de drieling. Het eerste deel gaat in op Wolfheim, de dorpsbewoners en de roddels die voedingsbodem zijn voor de achterdochtige sfeer in het dorp. Een dramatische ontknoping van dit deel rondom Charlotte Maenhout wordt gevolgd een beschrijving van de eerste veertig jaar van het leven van Victor.

Als baby wordt de jonge Victor vanwege zijn hazenlip verstoten door zijn moeder en op aanraden van pastoor Kaisergruber naar het klooster van La Chapelle gestuurd, wat wellicht het best vergeleken kan worden met een psychiatrische inrichting. Hoewel in de eerste instantie gedacht wordt dat Victor zwakbegaafd is blijkt het tegengestelde waar. Hij blijkt een op dat moment nog onbekende variant van autisme te hebben. Het verloop van zijn jeugd in het klooster in combinatie met zijn autisme en de herhaaldelijke Bijbelse vertellingen in het klooster zet een tragisch verhaal in gang.

Aan het eind van de studie Geneeskunde van dokter Hoppe biedt men hem een drietal promoties, te kiezen uit het redden van levens, het rekken van levens of het maken van levens. Wanneer hij kiest voor het maken van levens in de vorm van embryologie krijgt het boek een wending met een hoog Frankensteingehalte.

Het is nu eenmaal onze taak,’ ging Victor onverstoorbaar verder. ‘We moeten de fouten verbeteren die Hij in al zijn haast heeft gemaakt.

Het boek ‘de Engelenmaker’ van Stefan Brijs is een modern meesterwerk. Elk woord is met doel en aandacht geschreven waardoor het verhaal van Victor Hoppe ongelofelijk goed in elkaar zit. Hoewel dokter Hoppe in de rol van Frankenstein onmenselijke dingen doet die door iedereen als ethisch onverantwoord bestempeld zullen worden ontwikkelde ik – en met mij ongetwijfeld vele anderen – empathie. Hoewel het boek in 2005 uitgegeven is lijkt het verhaal het met de dag relevanter. Zo is er op het moment discussie over het verruimen van de embryowet. De wetenschappelijke gemeenschap stelt dat zo’n verruiming experimenten toe zal staan waarbij het DNA van embryo’s zo gemodificeerd kan worden dat verschillende erfelijke ziektes tot het verleden zullen behoren. Aanpassingen van de embryo gaan op het moment al zo ver dat het geslacht voorafgaand aan de bevruchting bepaald kan worden. Het utopische beeld van een wereld zonder erfelijke ziektes is verleiding, maar de vraag die we onszelf zouden moeten stellen is, waar ligt de grens? Op het moment is het klonen van mensen in Nederland en de Verenigde Staten verboden, maar voornamelijk omdat de risico’s die klonen met zich meebrengt te groot zijn. Het beeld dat wordt geschetst vanuit de wetenschappelijke gemeenschap staat daarmee haaks op het verhaal van Hoppe. Na het lezen van de Engelemaker wordt duidelijk wat er gebeurd als je de grens over gaat. De lijn tussen ‘fouten verbeteren die Hij in al zijn haast heeft gemaakt’ en het overstijgen van een grens is extreem dun. Hoe dat grensoverschreiden er uit ziet laat Stefan Brijs treffend zien.

Het getal drie is een terugkerend motief in het verhaal: alles in het leven van dokter Hoppe en zijn drieling vindt in drievoud plaats, waarbij telkens drie thema’s centraal staan. In de ontknoping in het laatste deel smelten de thema’s geloof, bijgeloof en wetenschap samen tot een dramatisch einde waarbij de extreem rationele Victor Hoppe officieel gek verklaard wordt. Maar in hoeverre is zijn geesteswaanzin irrationeel en in hoeverre is deze gekte compleet rationeel te verklaren? Stefan Brijs dwingt je te denken over de vraag in hoeverre de hedendaagse wetenschap voor God speelt en wat hier de gevolgen van zijn. Het dystopische beeld wat Brijs schetst staat daarom lijnrecht tegenover het vooruitgangsdenken van de wetenschappelijke gemeenschap.

Een goed boek brengt je in tweestrijd met jezelf. Enerzijds wil je het boek niet verder lezen omdat je niet wilt dat je uit hebt, anderzijds kan je niet meer stoppen met lezen. Gelukkig zit het boek ‘de Engelenmaker’ zo goed in elkaar dat je het na het lezen van de laatste pagina gelijk opnieuw wil lezen om de vele verbanden helder te krijgen.

Delia Spoelstra

Tekst

Bram Visser

Beeld

Leave a Reply