Dit was het (nepnieuws): de rol van het individu in het verspreiden én het beperken

De kwestie rond nepnieuws is ingewikkeld. Er lijkt een tweestrijd te zijn ontstaan tussen enerzijds volledige vrijheid van meningsuiting en anderzijds het tegengaan van valse berichtgeving -met mogelijk grootse gevolgen. Met nepnieuws doel ik, met name met betrekking tot de recente Amerikaanse presidentsverkiezingen en de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, op de bewuste verspreiding van onjuiste informatie wat bijdraagt aan de maatschappelijke visie op bepaalde verschijnselen. Bevindingen en data worden verzonnen of opzettelijk overdreven om het belang van kernpunten van een politieke belangengroep te ondersteunen. Maar in hoeverre is het een reële optie hier tegenin te gaan, wanneer we de vrijheid van meningsuiting zo’n belangrijke waarde vinden binnen de Westerse maatschappij? Hoe kunnen we onszelf er dan tegen beschermen?

Sociale media zijn zeer populair en veelvuldig gebruikt. Nieuwskanalen spelen op deze brede toegankelijkheid in door ook dit soort nieuwe platformen te gebruiken om nieuws te delen. Op deze manier heeft men veel verschillende bronnen gebundeld tot zijn beschikking op één tijdlijn. Daarnaast heeft iedereen die dit wenst – zowel vanuit bedrijven als individuele pagina’s – de kans zijn verhalen met een breed publiek te delen. Zo zijn er ondernemingen ontstaan die via advertenties geld verdienen aan pagina’s waar nepnieuws wordt aangeboden, vaak gepaard met clickbait-titels. De nieuwsgierige mens is sneller geneigd op een controversiële titel te klikken om het hele verhaal te ontdekken en dus is dit een methode voor deze ondernemingen om geld te verdienen. De juistheid van de artikelen is niet van belang mits het nieuws een bepaald politiek of economisch doel heeft, en kan hiermee gevaarlijke gevolgen hebben wanneer men deze artikelen aanneemt voor de waarheid. Het onderscheid tussen legitieme nieuwsbronnen die streven naar objectiviteit, en nieuwsbronnen die zo’n specifiek doel nastreven is door de grote diversiteit aan artikelen op sociale media moeilijker te achterhalen.

Hierin schuilt het mogelijke gevaar van verschillende bronnen van nieuws met de grote toegankelijkheid van onder andere het internet. Bart van Heerikhuizen haalde bijvoorbeeld treffend het Thomas-theorema aan: “If men define situations as real, they are real in their consequences”. Dit houdt beknopt in dat wanneer men iets voor waar houdt, hier ook naar redeneert en handelt. De daadwerkelijke juistheid ervan is daarbij van ondergeschikt belang in de gevolgen van dit redeneren of handelen. Wanneer lezers in aanraking komen met bepaalde feiten of verklaringen in nieuwsartikelen, kan het geloof in de waarheid hiervan effect hebben op hun visie op bepaalde verschijnselen. Mensen sturen hun gedrag naar op hun ‘eigen’ waarheid, zoals weerspiegeld in de nieuwsberichtgeving die ze meekrijgen. Met politiek gekleurd nieuws in verkiezingstijden kan dit dus ook het stemgedrag beïnvloeden; dit is bijvoorbeeld waar propaganda zijn oorsprong vindt. Hierin kan het nepnieuws op grote schaal consequenties hebben voor hoe het land geregeerd zal gaan worden, zowel in wie de voornaamste macht tot besluitvorming in handen krijgt als de agendapunten die de meeste aandacht zullen krijgen. Het is dan ook belangrijk dat het in deze tijden aangekaart wordt dat men vooral het eigen vermogen bronnen te checken en nieuws in twijfel te trekken moet blijven inzetten.

Tegenstanders linken de kwestie aan de wettelijke vrijheid van meningsuiting, die met maatregelen tegen nepnieuws bedreigd zou worden. Vanuit mijn eigen overtuiging klinkt een beperking op wat mag worden gepubliceerd op het internet ook vrij dubieus en ik denk niet dat daarmee het probleem is opgelost, omdat er geen beroep wordt gedaan op de verantwoordelijkheid van de ontvangende kant van het nieuws. Men kan stellen dat het bestrijden van nepnieuws niet de verantwoordelijkheid van de lezer zou moeten zijn, maar ik denk dat hiermee de macht van het individu wordt onderschat, juist omdat het individu in de positie staat nieuws verder te verspreiden en ernaar te handelen. Hiermee bedoel ik niet dat valse berichtgeving van bovenaf niet moet worden aangepakt, maar het wijst op een haalbare beperking van het probleem.

Ik wil geen uitspraken doen over of de mate van nepnieuws is gedaald of gestegen over tijd: ik denk dat het er in zekere zin altijd al is geweest. Wel lijkt het me aannemelijk te stellen dat met de komst van het internet valse bronnen breder toegankelijk zijn geworden. Daarentegen is ook de mogelijkheid de waarheid te achterhalen met de komst van het internet meegegroeid. Wat nu nodig is, is het aanmoedigen van een kritische houding. Het is hierin naar mijn mening voornamelijk van belang dat deze kritische blik vanuit het onderwijs meer wordt benadrukt. Door deze van jongs af aan aan te leren wordt de nieuwe generatie gewapend tegen de beïnvloeding van subjectieve media, en verliest nepnieuws als het ware zijn effect in de consequenties. Door de macht van de lezer te vergroten ten opzichte van berichtgeving kan niet alleen de vrijheid van meningsuiting in zijn waarde worden gelaten, maar ook de waarheid zelf.

Rowan Stol

Tekst

Bram Visser

Beeld

Leave a Reply