De volgende dag ging er niemand dood: “Het Verzuim van de Dood” van José Saramago

Ze doet het niet meer; ze geeft er de brui aan. Al een tijdje gaat het gerucht rond dat sinds nieuwjaarsdag niemand in dit land meer is gestorven – wanneer dit eindelijk wordt bevestigd door president van dit land is de nationale vreugde ook niet meer te stoppen. De vlaggen worden gehesen en de mensen dansen in de straat. Maar al snel zal deze collectieve vreugde omslaan in nationale wanhoop. Het land waar de dood haar taak komt te verzuimen moet haar opnieuw leren waarderen. Daar ontstaat de ware horror van dit boek; persoonlijke tragedies zijn broodnodig voor het blijven bestaan van het geheel.

Maar weinig romans zijn sociologisch van aard; vrijwel alle thrillers zijn psychologisch te noemen. Zo niet Het Verzuim van de Dood – of in poëtischer Engels: Death at Intervals – van José Saramago. Dit boek heeft juist de samenleving en de collectieve respons als vertrekpunt. Want wat als de dood er mee kapt? Hoe zouden we daar mee om moeten springen? Hoe reageren onze instituties hierop en wat zou er overblijven van het geheel zoals wij dat kennen?

Het beeld dat Saramago schetst is niet rooskleurig; na korte vreugde komt de lange wanhoop, waarvan we maar op één manier verlost kunnen worden. Waarom zou het einde van de dood ook rooskleurig zijn? We zijn aan alle kanten afhankelijk van de dood, ons hele sociale leven is er op gestoeld: de verzorgingsstaat is houdbaar omdat we na ons pensioen niet eeuwig doorleven, de belangrijkste functie van de kerk is om ons soelaas te bieden voor het onvermijdelijke en velen verdienen daar hun brood mee.

De dood is een lastig sociologisch thema, daarom is het juist zo interessant om te bekijken hoe zij verbeeld wordt in kunst en (populaire) cultuur, waarbij de dood in Saramago’s werk wel heel bijzonder is. In tegenstelling tot de kille of gerationaliseerde personificaties van de dood zoals in Seventh Seal of The Twilight Zone, is Saramago’s dood een emotionele en onzekere dood. Ze ergert zich dat ze niet gewaardeerd wordt voor haar inzet, maar ziet in dat haar methodes misschien wel wat lomp zijn. Zo schept ze haar eigen gerationaliseerde systeem, waar ze vervolgens in vast komt te zitten; de gelijkenis met de ijzeren kooi moet maar duidelijk zijn.

Een ander boeiend aspect van de dood van Saramago is haar gebondenheid aan een natiestaat; terwijl in dit land niemand meer sterft werkt de dood in de buurlanden gestaag door. Ongehinderd door hun opstandige collega. Natuurlijk is het idee dat de dood gebonden is aan onze sociale constructen absurd, maar het is wel een metafoor die ons denken over vergelijkbare natuurlijkheden kan openen. Zo gebruikt UvAsociologe Giselinde Kuipers het idee van de tot de natiestaat beperkte dood van Saramago om sociologische vergelijkingen, die gestoeld zijn om op dezelfde aangenomen natuurlijkheid van (cultuur)verschillen per natiestaat, eens kritisch aan de tand te voelen. Want waar komt de vanzelfsprekendheid vandaan om landen met elkaar te vergelijken? En wat vergelijk je dan met elkaar – instituties of culturen? Het is logisch dat de dood niet werkelijk stopt bij landsgrenzen, maar waarom verschillen zelfmoordcijfers1 dan wel per land? En dan nu graag zonder – om met Kuipers mee te spreken – te vervallen in ‘koeien van culturele clichés’.

Nu genoeg over de leerzaamheid van de dood. Het is tijd geworden om te gaan concluderen, en een goede conclusie voelt als een open deur. Daarom zal ik deze maar voor jullie intrappen, mochten jullie dat zelf nog niet gedaan hebben. Psychologische thrillers zijn misschien wel leuk om je even in te verliezen, maar voor het aanscherpen van je sociologische verbeeldingskracht moet je het toch bij een ander soort boeken zoeken. Want gestoorde individuen kunnen eng zijn, maar het echte gevaar schuilt in groepen. Hoe? Dat kunnen meerdere sociologen je laten zien. Saramago leert je in 200 pagina’s hoe de koude rillingen over je rug hun oorsprong vinden in groepsgedrag.

Yoren Lausberg

Tekst

Rosa van Triest

Beeld

Leave a Reply