Binnen de sociologie wordt Foucault veelal gelezen in termen van biopolitiek, machtspraktijken en beveiligingscamera’s. Hoewel dit ongetwijfeld systematisch uitgewerkte thema’s zijn binnen het oeuvre van de Fransman, bestaan er ook vele minder belichtte, meer speelsere theorieën van zijn hand. In het kader van het thema van deze SoMo daarom een kleine sociologie van de ‘andere’ ruimte – de heterotopi.

Het idee van de heterotopie is obscuur en ambigu, maar fascinerend. Waar de utopie zich kenmerkt als de ou topos – iets dat geen plek in de wereld kent, en daarmee ideaal is – is de heterotopie precies dat. De meest duidelijke beschrijving van heterotopieën is dat zij ‘different spaces’ zijn, plaatsen waar de utopie gerealiseerd lijkt. Het exemplarische voorbeeld dat Foucault hierbij schetst, is dat van de spiegel: “The mirror is a utopia after all, since it is a placeless place. In the mirror I see myself where I am not ; I am over there where I am not, a kind of shadow that gives me my own visibility, that enables me to look at myself there where I am absent – a mirror utopia.” Het bevreemdende utopische karakter van de spiegel, wordt gecontrasteerd door het feit dat een spiegel een fysiek object is, en daarmee een heterotopie ¬- een utopie gevat in een tastbaar object.

Hoewel de spiegel een weinig concreet voorbeeld is, wordt het interessanter als we ons richten op de publieke ruimte. Zo stelt Foucault dat heterotopieën te allen tijde een specifieke (maar mogelijke veranderlijke) functie hebben ten opzichte van de ‘normale ruimte’. Zo onderscheidt het museum zich door haar vermogen om het verleden en het heden bijeen te brengen. Dit is utopisch omdat het verleden reeds geleefd is, maar als het ware ‘tot leven komt’ binnen de grenzen van het museum, zoals het kerkhof het leven bestendigd van zij die overleden zijn – dergelijke plekken zijn daarmee heterochroon. Naast discontinuïteit van tijd, kan dit – zoals het voorbeeld van de spiegel – ook een breuk met lokaliteit betreffen. Zo is de bioscoop bij uitstek de plek waar binnen de begrenzing van de zaal, een andere plek waar we andere plekken zien en ervaren, iets waartoe we buiten het doek of het toneel, niet toe in staat zijn. Foucault beschrijft de tuin als archetype van de heterolokale utopie. De traditionele tuin in Engelse stijl, secuur gecultiveerd met planten en bloemen vanuit alle uithoeken van de wereld, is daarmee het modelvoorbeeld van die wereld in het klein, binnen de veilige grenzen van de tuin. De Britten kenden aan dit soort heterotopische tuinen zelfs een bijzondere term toe: de garden, waar de ‘normale’ tuin slechts een yard genoemd werd. Ik raad eenieder die zich ervoor interesseert van harte aan de BBC-documentaire The Garden of Hidcote te kijken, met een heterotopische bril.

Het moge duidelijk zijn dat heterotopie een veelzijdig begrip is en vele gradaties kent. Dertig jaar na dato is er dan ook nog steeds veel theoretische discussie over de aard van heterotopieën en het aanwijzen ervan – er bestaat zelfs een Journal for Heterotopia Studies. De sociologische relevantie echter, zit in de wijze waarop we omgaan met deze heterotopieën. De speciale status die dit soort plekken hebben ten opzichte van ‘normale’ plekken, het feit dat zij ‘different spaces’ zijn, maakt dat ze in zekere mate exclusief zijn en regels van in- en uitsluiting kennen. Zo is de tuin niet toegankelijk voor de ongenode gast en kent de bioscoop entreegeld. De kerk daarentegen kent tradities en rituelen die voor in- en uitsluiting zorgen.

Hoewel velen het idee van heterotopie afgedaan hebben als theoretische kul, onuitgewerkt of onwerkbaar, kan het concept ons als sociaalwetenschappers een handvat rijken om tot andere interpretaties van het sociale te komen. Los van waar en in welke hoedanigheid er nu daadwerkelijk heterotopieën ‘bestaan’, biedt het de mogelijkheid om tot een sociologie van de ruimte te komen. Juist dit denken vanuit tijd en plaats kan ons tot andere conclusies brengen, dan het gebruikelijke denken vanuit macrostructuren als de ‘maatschappij’ als geheel of de actor en diens agency. Heterotopieën zijn interessant, omdat we ze kunnen bestuderen als plekken die iets doen met tijd, ruimte en bovenal, mensen. Wat Foucault ons hier aanreikt, is dan ook een sociologie van het publieke object, waarin ruimte, en de regels die zijn aan de mensen oplegt door haar functionele karakter, leidend kan zijn voor sociologisch onderzoek. Zoals Latour agency toekent aan objecten, biedt Foucault ons hier een perspectief om juist op een bredere manier vanuit het niet-menselijke te kijken naar de mens: hoe zij zich verhoudt tot de ruimte, hoe die ruimte haar vormgeeft, en hoe de mens haar ruimte op diens beurt vervormd.Ik denk daarom dat de heterotopie, juist vanwege haar ambiguïteit en conceptuele abstractie, bij uitstek een relevantie heeft voor de sociologische praktijk en, zoals Foucault betaamt, ons dwingt op onze beroepspraktijk te blijven reflecteren.

Joey de Gruijl

Tekst

Rosa van Triest

Beeld

Leave a Reply