De nieuwe romantici: als het maar natuurlijk is

Het zijn niet alleen kreten als ‘puur natuur’ en ‘zonder chemicaliën’ die ons tijdens het winkelen om de oren vliegen. Ook tijdens interacties met leeftijdsgenoten staat het ‘natuurlijke’ steeds vaker op de voorgrond: een vriendschappelijk etentje waarbij geen rekening gehouden hoeft te worden met specifieke (gezondere) dieetvoorkeuren behoort tot de verleden tijd. We volgens cursussen om onze innerlijke mens, de persoon die we écht zijn, te vinden en te koesteren. Zo ook in de mode is de bohémien/hippiestijl al jaren een terugkerend fenomeen.

Deze trend, ‒dat al wat ‘natuurlijk’ is‒ gezien wordt als nastrevenswaardig, vertoont sterke overeenkomsten met een sociaal-kunstzinnige stroming uit de 19e eeuw ‒de Romantiek. Voor wie op de middelbare school geen kunstgeschiedenis heeft gevolgd: De Romantiek, of de Romantici, voelden zich niet aangetrokken tot de maatschappelijke ontwikkelingen die de industriële revolutie met zich meebracht. Integendeel, ze zetten zich er grondig tegen af.

De Romantiek bracht schilders voort die dramatische zeegezichten en onheilspellende portretten uitbeeldden. Schrijvers die zich niet, zoals de naam Romantiek doet vermoeden, storten op doktersromannetjes, maar op dramatische levensverhalen. Ook emoties speelden een belangrijke rol in zowel de Romantische literatuur, als de beeldende kunst en muziek. Men zocht een manier om te ontvluchten aan het alledaagse bestaan waarin industrialisatie een steeds grotere rol speelde. De Romantici vormden een tegengeluid in een wereld waarin mensen ogenschijnlijk het contact verloren met het ‘natuurlijke.’

Het ‘natuurlijke’ heeft in beide periodes, de huidige tijd en de vroegere Romantiek een vergelijkbare betekenis. Onze emoties, het (vaak letterlijk) terugkeren naar de menselijke natuur en de afkeer van de wetenschappelijke rationaliteit staan aan de basis. Het argument echter dat dit soort Romantische overwegingen nastrevenswaardig maakt is omdat ze natuurlijk zouden zijn. Het zou in de ‘aard van de mens’ liggen ze na te streven en daarom vanzelfsprekend ‘goed’ zijn.

Veel mensen proberen als een ‘goed mens’ door het leven te manoeuvreren. In een tijd waarin een afgebakend moreel kompas niet meer standaard bij onze levensinrichting hoort, wordt het wellicht verleidelijk om ons handelen te baseren op datgene wat in onze ‘aard’ zit. Maar mensen die zich hieraan committeren begaan een denkfout die bekend staat als een naturalistische dwaling. Of specifieker: een appeal to nature.

Het was G. E. Moore in 1903, ver na de laatste stuiptrekkingen van de Romantiek, die over de naturalistische dwaling filosofeerde. In het kort komt zijn ethiek op het volgende neer: eigenschappen van objecten kunnen nooit inherent ‘goed’ zijn, omdat een object slechts ´goed´ kan zijn in relatie tot de mens. Met andere woorden: er bestaan geen ‘moral facts.’ Bijvoorbeeld de claim dat stoppen voor een rood licht goed is, of dat geleend geld terugbetalen goed is. Stoppen voor rood licht is absoluut handig, omdat het dodelijke verkeersongelukken kan voorkomen, en geleend geld terugbetalen aan vrienden is goed omdat het je relatie met vrienden in stand houdt. Maar beide claims geven geen inzicht in de inherente ‘goedheid’ van de actie, ze zijn instrumenteel. De definitie van ‘goedheid’ wordt hier verkeerd toegepast.

Terug naar de hedendaagse Romantici. Deze moderne hippies gebruiken te pas en te onpas appeal-to-nature‘s om hun keuzes te verantwoorden. Neem nu de claim: het is onnatuurlijk voor de mens om suiker te eten, suikervrij eten is goed. Een dergelijke claim is dan te reduceren tot: suikervrij eten is goed voor de mens, omdat het natuurlijk is, en dus, natuurlijk eten is goed. Maar deze claim verklaart niet waarom het zo nastrevenswaardig is om natuurlijk te eten. Wat is er eigenlijk inherent ‘goed’ aan natuurlijk eten? Waarschijnlijk kunnen veel van deze claims onder nadere beschouwing niet verantwoord worden.

Filosofen en sociologen weten al lang dat er maar weinig kenmerken van menselijk gedrag en moreel handelen zijn die absoluut en enkel voortkomen uit onze aard ‒de natuur van de mens. Iemand die zich beroept op een naturalistisch argument om zijn gedrag te verantwoorden geeft blijk van weinig historische kennis, omdat veel gedrag dat nu door sommigen als ‘onnatuurlijk’ wordt gezien nog geen halve eeuw geleden volstrekt normaal was. Probeer iemand die naturalistisch dwaalt eens te verleiden om na te denken over de aard van goedheid, in plaats van mee te gaan met een morele hype.

Eileen Berkvens

Tekst

Elliyah Dyson

Beeld

Leave a Reply