De liefde voor drugs, de stad en elkaar: het verhaal van El Bronx, Bogotá

By Casper te Riele

Illustration Hanna IJsselstein Mulder

As the addicted freebased heroin and crack in doorways at night, the cries of those who were being tortured reverberated through the brick walls, a grim reminder that the only way out of the Bronx was silence. If there is hell on earth, it was called the Bronx (Emblin, 2016).

Het was een vroege ochtend op 28 mei 2016, toen ruim twee duizend zwaarbewapende soldaten en politieagenten El Bronx binnenvielen. El Bronx is de bijnaam van de meest beruchte buurt in Bogotá, Colombia. De buurt, ook wel ‘La L’ genoemd, bestond uit slechts 3 straten (vanuit elke ingang vormen de straten een L), waar drugsverslaafden konden consumeren zonder gestoord te worden. De buurt werd gecontroleerd door ‘Sayayinas’: een groep micro-drugshandelaren, die met harde hand de orde in de buurt handhaafden. Wie ontrouw was aan de Sayayinas, door bijvoorbeeld te stelen of niet te betalen, werd op brute wijze gemarteld en/of vermoord in ‘El Casa de Pique’ (het slachthuis). De angst voor de Sayayinas legde menig slachtoffer het zwijgen op. Met de politie-inval probeerde de gemeente van Bogotá een einde te maken aan de hel die de buurt was.

Ik ben momenteel in Bogotá waar ik een deel van mijn masteronderzoek doe naar de ontwikkeling van El Bronx. Hoewel de interventie in El Bronx noodzaak was, lopen de meningen over de uitvoering ervan uiteen. Op dit moment gaan de bewoners, academici en activistische organisaties de strijd aan met de gemeente. Waar ligt de oorzaak van het probleem, wat is het beste drugsbeleid, en hoe moet de buurt zich in de nabije toekomst ontwikkelen? Ik spreek een aantal van de bovengenoemden.

El Bronx: daklozen, drugs en criminaliteit

Het is 10 uur s ‘avonds wanneer mijn onderzoekspartner Paco en ik een tour krijgen door de buurt rondom El Bronx. Hoewel El Bronx momenteel afgesloten, verlaten, en deels gesloopt is, wordt de omliggende buurt nog als zeer gevaarlijk beschouwd. John is de gids van die avond en hij heeft twee vrienden uitgenodigd om onze veiligheid te waarborgen. Polo en Mono zijn daklozen die in El Bronx hebben gewoond en nu rondzwerven in de straten er omheen. Na nog geen half uur worden we plotseling door twee motoragenten staande gehouden. “Iedereen tegen de muur!” Hardhandig worden Polo, Mono en John gefouilleerd. Wij gaan ook maar tegen de muur staan maar worden volledig genegeerd door de politie, totdat één van hen naar ons keert en duidelijk maakt dat we beroofd worden. We geven aan dat dit niet het geval is, maar de politie lijkt niet te kunnen geloven dat twee westerse jongens optrekken met dakloze Colombianen. We worden uiteindelijk bevolen om een politieauto in te stappen, en John, Paco en ik worden naar het politiebureau gebracht (Polo en Mono zijn inmiddels weggestuurd). Na veel overleg laten ze ons na een uur gaan. Polo en Mono staan om de hoek te wachten en we gaan verder met de tour. Terwijl John over de ontwikkeling van El Bronx vertelt zijn Polo en Mono druk op zoek naar ‘Basuco’.

‘Basuco’ is een extract van de cocaplant. Het woord is afgeleid van het Spaanse woord voor afval (basura). Het is het laatste beetje cocaïnepasta wat tijdens de productie onderaan het vat blijft zitten. Het is hierdoor zeer goedkoop en wordt daarom vooral door de armere bevolking gerookt.

“De eerste sensatie was geweldig. Niet lang daarna wil je het nog een keer voelen, daarna nog een keer. Jarenlang zoek je naar dat ene gevoel. Maar het komt nooit meer terug. Je lichaam wordt resistent, en om je niet heel slecht te voelen heb je steeds weer een dosis nodig. Eten is niet meer belangrijk. Je hoeft geen water meer. Het enige wat telt is om dag en nacht een dosis in je bloed te hebben” (ex-bewoner in ‘El Bronx al Desnudo’).

Basuco is zeer verslavend en je komt er niet makkelijk vanaf. In een documentaire van vóór de ontruiming, ‘El Bronx al Desnudo’ (González, 2013), vertelt een ex-bewoner dat hij toch een uitweg heeft gevonden:

“Ik vond de liefde. Op een dag smeekten m’n kinderen om niet méér van ze af te pakken dan ik al gedaan had. Dat was het einde van de pijn in m’n hart en het begin van de pijn in m’n lichaam.”

De liefde voor zijn kinderen en de kleine dingen in het leven bleken sterker dan de liefde voor de drugs. Maar voor velen is een uitweg niet mogelijk zonder hulp van buiten. De grootste angst van deze man is dat zijn kinderen dezelfde fout maken die hij ooit heeft gemaakt. “Ik heb vele kinderen El Bronx zien binnengaan, maar ik heb ze nooit zien vertrekken.” Daarom richt hij zich tot de burgemeester van Bogotá: “Kijk niet de andere kant op.”

In 2016 was het dan zo ver. De buurt werd ontruimd en er liggen inmiddels plannen om de buurt te renoveren tot een cultureel centrum met hoge torens en grote winkelcentra. De buurt is omgedoopt tot ‘El Creativo Districto El Bronx’. De overheid zegt met de interventie de rechten van de daklozen te herstellen, criminele bendes te ontmantelen, en de institutionele aanwezigheid in de buurt terug te brengen.

Na El Bronx: geld, geweld, en gentrificatie

John legt uit dat het probleem van El Bronx niet is opgelost. Ten eerste waren de ‘Sayayinas’ van te voren ingelicht over de ontruiming. Die waren dus al lang en breed vertrokken toen de politie de buurt binnenviel. En hoewel er plannen waren om drugsverslaafden op te vangen en te helpen met afkicken, blijkt er volgens John in de uitvoering niet veel van terecht te komen. Terwijl een aantal verslaafden is opgevangen door andere organisaties, zijn velen slechts verplaatst naar andere plekken. John legt uit, zoals we met het incident met de politie zelf hebben kunnen ervaren, dat drugsverslaafden en daklozen worden behandeld als criminelen.

“Het is een sociaal gezondheidsprobleem en moet daarom op een sociaal niveau worden opgelost”, zegt John. Eén rapport kaart aan dat er tijdens de ontruiming veel onnodig geweld werd gebruikt. In een klein restaurantje naast de nationale universiteit van Colombia, vertellen auteurs van het rapport, filosoof Marcella Tovar en econoom David Villanueva, in een interview dat de overheid het criminaliteitsnarratief gebruikt om gewelddadige interventies te kunnen legitimeren.“Ze kunnen op die manier hun macht misbruiken en zelfs wegkomen met illegale activiteiten.” Het narratief rondom criminaliteit en drugs wordt volgens John vervolgens misbruikt om de ‘echte’ belangen van de gemeente door te voeren.

John verwijt de gemeente dat ze El Bronx slechts heeft ontruimd om de omgeving aantrekkelijker te maken voor bedrijven: “Het is gentrificatie.” El Bronx bevindt zich in het centrum van Bogotá en de armen en drugsverslaafden, legt John uit, worden naar de periferie van de stad gedreven. Het optreden van de overheid kan volgens David Villanueva daarom begrepen worden als onderdeel van het neoliberale beleid van de huidige burgemeester Peñalosa. Hij vertelt dat dit tot een inherent conflict leidt tussen de armere bewoners en de gemeente. De gemeente wil dat de grondprijs stijgt, terwijl de bewoners willen dat deze hetzelfde blijft, omdat ze anders moeten verhuizen. Volgens geograaf David Harvey is ‘displacement’ een centraal proces in stedelijke ontwikkeling binnen het kapitalisme. In zijn boek ‘Consciousness and the Urban Experience’ (1985) legt Harvey uit dat vanuit het perspectief van geld en kapitaal, steden slechts plekken zijn om te bouwen en af te breken, aangestuurd door het principe van winstmaximalisatie. Vanuit het standpunt van bewoners zijn steden, buurten en gebouwen plekken waar ze emotionele waarden aan hechten. Tijdens een buurtbijeenkomst vertelt George, een winkeleigenaar, hoe hij al 30 jaar in de buurt komt, zijn vrienden en werk daar heeft, en liefde voor de buurt voelt. “De gemeente geeft niks om de menselijke kant van de ontwikkeling. ¡Es doloroso! (Het is pijnlijk!)” Hoewel de criminaliteit verdwijnt uit de buurt, verdwijnen ook de bewoners en winkeleigenaars. Allen worden verdreven naar plekken ver van het bloeiende centrum.

Het verzet: inspraak, participatie en inclusie

Het blijft lang stil wanneer ik David en Marcella vraag hoe het beleid kan veranderen. De neoliberale belangen van de huidige administratie zijn moeilijk te veranderen, legt Marcella uit. Of de staat zijn wil kan doorzetten is volgens David Harvey afhankelijk van steun van de elite én weerstand van de achtergestelde klassen. George en een aantal andere bewoners en winkeleigenaren verzetten zich daarom tegen de ontwikkelingsplannen van de gemeente. Door met de gemeente in discussie te gaan proberen ze inspraak te krijgen in de creatie van een nieuw ontwikkelingsplan. Ook John verzet zich door met zijn tour de andere kant van de stedelijke ontwikkeling te laten zien, om daarmee het stigma waarmee de gemeente zijn acties legitimeert te doorbreken. Marcella en David zien zichzelf als een brug tussen de overheid en de bewoners. Zij kunnen – als academici – de bewoners faciliteren door hen middelen te verschaffen waarmee ze voor zichzelf op kunnen komen. Hoe meer mensen de handen ineenslaan, hoe meer ze kunnen inbrengen tegen de macht van het geld.

Idealiter komt er een oplossing waarmee de buurt zo ontwikkeld wordt, dat ook de armere bewoners er profijt van hebben: een oplossing die ook de drugsverslaafden een uitweg biedt. Op papier is die oplossing niet heel ingewikkeld: meer inspraak voor de bewoners én het opzetten van houdbare rehabilitatie programma’s voor drugsverslaafden. Dit zal echter alleen gerealiseerd worden als de gemeente en de elite het belang van winstmaximalisatie op de tweede plek zetten, en de liefde die de mensen hebben voor hun leven, hun stad en hun buurt, met hen delen. Waar de ‘Sayayinas’ de bewoners van El Bronx jarenlang liet zwijgen, is het nu tijd om ze een stem te geven in de ontwikkeling van hun eigen toekomst.

Casper te Riele

Redacteur

Hanna IJsselstein Mulder

Beeldredactie

Leave a Reply