De echtscheidingsrevolutie: verliest de man na zijn partner ook zijn kind?

by Matthijs Kalmijn
illustration Rosa van Triest

Van alle demografische ontwikkelingen in de afgelopen vijftig jaar is de toename van het aantal echtscheidingen wellicht de meest opvallende. Volgens het CBS is de verwachting dat één op de drie huwelijken uitmondt in een scheiding. Veel mensen maken zich zorgen over deze toename maar er zijn ook mensen die dat relativeren. Vastzitten in een slecht huwelijk is misschien wel erger dan uit elkaar gaan. Onderzoek geeft beide visies deels gelijk. Een scheiding heeft vaak negatieve gevolgen voor het welbevinden van kinderen – zoals afgemeten aan depressieve symptomen, probleemgedrag, en zelfvertrouwen – zodat men zich hier terecht zorgen over moet maken. Tegelijkertijd zijn er ook negatieve effecten van conflicten tussen ouders op het welbevinden van een kind; scheiding is dan misschien een oplossing in plaats van een probleem. Het dilemma is dat een scheiding de conflicten niet altijd oplost en soms zelfs verergert. En conflicten na de scheiding hebben ook weer een negatief effect op het welbevinden van kinderen. Beleid is zich daarom steeds meer gaan richten op het verminderen van conflicten tussen ex-partners, maar dat is een nogal ambitieuze en ingewikkelde doelstelling. Je kunt vanuit de zorg of het rechtssysteem ouders motiveren en informeren, maar als ze echt niet willen gaat het niet lukken. De ergste conflictsituaties zijn moeilijk op te lossen.

Een nieuwe vraag die in het onderzoek speelt is wat de gevolgen zijn op de lange termijn, als de crisis voorbij is, nieuwe relatiepatronen zijn gestabiliseerd, en het kind zijn eigen levensweg is ingeslagen. In samenwerking met het CBS hebben wij vanuit de UvA onderzoek gedaan naar de kinderen van de echtscheidingsrevolutie, geboren in de jaren zeventig en tachtig, en gekeken hoe het met hen gaat, hun welzijn, hun eigen gezinssituatie, en hun relaties. Een van de meest opvallende resultaten is dat ongeveer 20% van de nu volwassen kinderen geen contact meer heeft met de eigen (gescheiden) vader. Tegenwoordig hebben veel kinderen na scheiding een co-ouderschapsregeling, maar dat was in de jaren zeventig, tachtig en negentig nog niet het geval. Kinderen gingen bij hun moeder wonen en de vader kreeg een bezoekregeling. De gender rol revolutie was in volle gang maar vooral binnen het huwelijk. Na scheiding was het patroon eigenlijk vrij traditioneel.

Ons onderzoek laat zien dat de relatie tussen vader en kind op lange termijn kan verdwijnen als er weinig contact was direct na de scheiding. Ook conflicten spelen een rol: als ouders veel ruzie maken rondom de scheiding is de kans groter dat de vader op lange termijn het contact verliest. In deze conflicten kan een kind zich gevangen voelen en dat gaat dan ten koste van de ouder die hij of zij het minst vaak ziet, de vader in dit geval. Tot slot is er nog een groep kinderen waarbij de ouders zo vroeg uit elkaar gingen dat het kind de vader eigenlijk nooit heeft gekend. Gedragsproblemen aan de kant van de vader en de moeder spelen ook mee, maar in een minderheid van de gevallen en dan gaat het vooral om depressie en verslavingsgedrag.

Er zijn dus diverse verklaringen en de groep is daarom heterogeen, maar al met al blijft die 20% een hoog percentage. Veel vaders geven zelf ook aan dat de relatie met hun kinderen door de scheiding is verwaterd en vaders die hun kinderen nooit meer zien hebben een significant lager welzijn dan andere gescheiden vaders. Ons vermoeden is dat er nogal wat verborgen leed aanwezig is in deze generatie vaders. Zeker bezien vanuit de huidige geëmancipeerde tijd is een verbroken band tussen vader en kind een merkwaardig verschijnsel. Het lijkt erop dat de echtscheidingsrevolutie te snel is gegaan voor de gender rol revolutie.

Rosa van Triest

Beeldredacteur

Leave a Reply