De dualiteit van mijn millennial-zijn

tekst Jorit Verkerk
illustratie Elliyah Dyson

Ik was zeventien en klaar om de wereld te veroveren. Opgegroeid in een dorp en onderwezen op een reformatorische middelbare school waar meisjes verplicht rokken moesten dragen, had ik met mijn diploma nu de sleutel tot vrijheid van ontdekking in handen. Beperkingen waren verleden tijd, mogelijkheden de toekomst. Met mijn zus als grote voorbeeld (zij was gaan wonen in het grote Amsterdam en maakte langzamerhand naam als journaliste) smeet ik de luiken van wat achter me lag dicht en duwde ik met alle macht de poorten van wat voor me stond open.

Nu, zo’n vier jaar later, behoren al die mogelijkheden niet slechts meer tot de toekomst, maar vormen ze mijn realiteit. Ik heb mijn ouderlijk dorp verlaten, een half jaar in het buitenland gewoond, mijn vraagtekens gezet achter het geloof waarmee ik opgroeide, een kritische blik op de samenleving ontwikkeld en het komende hoofdredacteurschap van – jawel – de SoMo deels op mij genomen. Tjonge.

En toch ben ik angstig en is dat enthousiasme van vier jaar geleden afgestompt. Want bij het hebben van zoveel opties horen verwachting: van zowel anderen die zoveel kanten op kunnen gaan, als van mijzelf. Ik ben bang omdat ik geen idee heb van waar dit alles naartoe zal leiden en omdat wat ik doe misschien niet genoeg is. In een tijd waarin opwaartse mobiliteit de enige mogelijke mobiliteit lijkt te zijn en steeds meer mensen doorstromen naar de universiteit, is het behalen van een bachelor alleen niet meer genoeg om bij de kopgroep te blijven. De verwachting om de mogelijkheden te benutten zijn niet slechts verwachtingen meer, maar verworden tot musts. Als iedereen haar plafond omhoog stuwt, blijven er nog maar twee opties over: aanhaken of afhaken. Willen we er écht uitspringen zal aanhaken alleen zelfs niet genoeg zijn.

Met altijd zicht op en drang naar meer is het lastig om genoegen te nemen met wat er is. Ik zie mensen om mij heen de ladders van de samenleving trotseren zonder naar beneden te kijken en, mag ik even eerlijk zijn, ik voel me bedreigd als zij wel hun weg lijken te kunnen vinden in dat web van kansen en zich niets aan lijken te trekken van die externe druk om er ‘iets moois’ van te maken. Zij wel.

Als ik eerlijk tegen mijzelf ben, besef ik dat ik de maatschappelijke onrust verinnerlijkt heb, terwijl het juist rust is waar ik eigenlijk naar op zoek ben. Mijn vader heeft dat feilloos door. In zijn optiek denken wij millennials te veel na en doen we te weinig, maken we onze handen niet vies genoeg. Als ik vervolgens nadenk over het verloop van zijn leven, begrijp ik waar hij vandaan komt. Hij – geboren in ’61 in een gehucht naast Gouda – ging na het afronden van de Mavo direct aan de slag bij de plaatselijke timmerfabriek, leerde mijn moeder kennen, trouwde met haar en kreeg binnen twaalf jaar vijf kinderen. Zijn leven wordt gekenmerkt door vastigheden en vastberadenheid.

Tegelijkertijd merk ik dat hij juist dáár tegenaan loopt. Hij zou best wat meer mogelijkheden willen, eens iets nieuws proberen. Maar het lijkt wel alsof de opties die wij als millennials wel hebben, vroeger in zijn hoofd helemaal niet bestonden of niet waren weggelegd voor de boerenjongen die hij was. Misschien benijdt hij mijn generatie wel, om de oneindige kanten die wij op kunnen gaan en de bedachtzaamheid achter de wegen die we uitkiezen. Ik vraag me af of mijn vader vroeger wel eens stilstond bij waar hij voor koos: past dit wel bij me en wil ik dit wel? Hij deed gewoon dingen – lijkt het.

Ik ben juist jaloers op de eenvoud van de zekerheid en duidelijkheid van mijn vaders leven. Don’t get me wrong – ik zou nooit met hem willen ruilen. Hoewel de toegenomen mogelijkheden onevenredig verdeeld zijn en bijvoorbeeld vrouwen of mensen van kleur er niet in dezelfde mate van kunnen profiteren als de witte man die ik ben, dragen ze er wel aan bij dat er langzaam steeds meer vrouwen naar de top klimmen en – eveneens langzaamaan – steeds meer mensen van kleur hun positie binnen de samenleving verstevigen. Het zal nooit snel genoeg gaan, maar het is misschien wel reden tot de benodigde hoop en in ieder geval te waardevol om op te willen geven.

Tegelijkertijd betekenen deze ontwikkelingen dat het voor mij als man niet langer nodig is financieel zorg te dragen voor de familie die ik zo graag wil. Ik kan in deze tijd juist mijn partner steunen in haar klim naar boven, door taken als de huishoudelijke en de zorg van de kinderen grotendeels op mij te nemen. Op die manier heb ik én die eenvoud waardoor ik mijn vader zo benijd, én help ik een ander gebruik te maken van die toegenomen mogelijkheden. Het beste van twee generaties.

Jorit Verkerk

Hoofdredacteur

Elliyah Dyson

Beeldredacteur

Join the discussion One Comment

  • Annette Verkerk says:

    Wat heb mooi woorden gegeven aan je zoektocht.💕
    En de slotsom is het beste van twee generaties.😉

Leave a Reply