De boekenkast van: Manju Reijmer

by Jorit Verkerk
photo Giulia Morlando

Voor de boekenkast-rubriek spreken we iedere editie met een socioloog in spé over diens vijf favoriete boeken. Waarschuwing: spoilers gegarandeerd.

We trappen af met Manju Reijmer (28): masterstudent sociologie, Twitteractivist en scriptschrijver van onder andere De Slet van 6VWO en Vakkenvullers. Zijn lijst blinkt – met boeken uit drie verschillende eeuwen en een zelfde aantal genres – uit in variëteit. De tijd en rust om een boekenwurm te zijn, heeft Manju niet. “De boeken die ik nu aan jullie presenteer, komen nog uit de tijd dat ik ze verslond. Als ik nu een heel boek uitkrijg in een jaar, is dat oprecht veel.”

1. Jungle Book – Rudyard Kipling (1894)

“Dit is van kinds af aan mijn favoriete boek geweest. Het gaat over Mowgli, die als klein jongetje geadopteerd wordt door wolven en met hen opgroeit in de jungle. Als de mensenhatende tijger Shere Khan terugkeert, moet Mowgli vluchten. Hij vindt bondgenootschap in veel verschillende dierengroepen, alleen voelt zich als mens nergens echt thuis.”

“Het verhaal spreekt me onder meer aan omdat ik zelf geadopteerd ben. Bovendien speelt het zich af in India. Gezien ik zelf uit Sri Lanka kom, voelde ik dat dit verhaal – in een literaire zee van witte hoofdpersonages – over mij ging. Één van de onderliggende thema’s in het boek is het niet goed in je omgeving passen. Daar worstel ik als homoseksuele bruine man in een witte wereld ook mee: waar hoor ik thuis?”

“Nu ik wat ouder ben, ben ik tot de realisatie gekomen dat Kipling vet problematisch was. Hij leefde in koloniaal India en schreef over de white men’s burden, waarmee hij doelde op hoe zwaar het wel niet was om superieur te zijn aan de mensen om je heen. Hij heeft natuurlijk ook letterlijk verschillende rassen tot diersoorten gemaakt, met Mowgli als surrogaat wit jongetje dat nergens echt tussen hoort. Hij was ver heen. Maar het ironische is dat ik mij juist heel erg bekrachtigd heb gevoeld door dit verhaal. In plaats van Kipling’s gevoel van ontheemding op mijzelf te projecteren, was het juist dit boek dat mij zo raakte en versterkte. Dat vind ik het toffe aan fictie: wat de schrijver bedoelt, is nagenoeg nooit wat de lezer eruit haalt.”

2. Hallo Witte Mensen – Anousha Nzume (2017)

“Dit boek is geschreven door mijn goede vriend en mentor Anousha Nzume. Ik heb Nzume leren kennen via Twitter, en na enkele gesprekken nam ze mij onder haar hoede. We hebben anderhalf jaar mogen samenwerken voor de podcast Dipsaus. I love her to death. Ze overhandigde me dit boek bij haar boekpresentatie.”

“Nzume biedt een persoonlijke inkijk in het leven van een persoon van kleur in een witte wereld. Ze behandelt alle vragen en opmerkingen waar witte mensen in het huidige tijdperk mee zitten, en presenteert hier de nodige historische context bij. Één van de problemen met racisme is dat het wordt gezien als een zeer complex en dus onbegrijpelijk fenomeen. Dit boek biedt daar de oplossing voor, door onderzoeken en anekdotes in jip-en-janneketaal aan te reiken. Zelf omschrijft Nzume het boek als de brug tussen enerzijds het academische veld – dat erg ontoegankelijk is – , en anderzijds het bredere publiek dat ook wel geïnteresseerd is in deze thema’s, maar er misschien niet zo snel een studie bij pakt. De pijnlijke persoonlijke verhalen die ze vertelt, zijn erg herkenbaar.”

“Het interessantste hoofdstuk vond ik die over de manier waarop Bonaire zich nu verhoudt tot de Nederlandse staat. Een Bonairiaan is wel Nederlands staatsburger, dus betaalt belasting, maar krijgt daarvoor niet evenredig sociale voorzieningen – denk aan bijvoorbeeld een bijstandsuitkering – voor terug. Plus: Bonaire kent geen vertegenwoordiging in het Nederlandse politieke systeem. Het neigt naar neokolonialisme. Veel van wat er in het boek aan bod komt wist ik al wel, maar dit vond ik echt een openbaring.”

“Ik heb veel respect voor het feit Nzume de moeite heeft genomen om dit te schrijven. Voor OneWorld en op Twitter heel veel geschreven over de dingen die ze in haar boek behandelt, maar dat kost zoveel energie. Nzume heeft gewoon gezegd: ik ga een boek schrijven om de stof zo behapbaar mogelijk te maken. Dat vind ik bewonderingswaardig. Ik weet van haar dat ze keihard werkt en dat ze het nooit als last ervoer. Ze schreef dit omdat het nodig was.”

3. The Velvet Rage – Alan Downs (2005)

“Mijn therapeut – zelf een heteroman – raadde me dit boek aan in 2015. Het heeft me zoveel over mijzelf en mijn gedrag geleerd. Downs, die zelf klinisch-psycholoog is, schrijft in dit boek over de ervaringen met zijn patiënten. Uit de gesprekken die hij daarmee voerde, kwam naar boven dat de moeilijkheden die zij hadden niet direct te maken hadden met hun homoseksualiteit, maar daar wel hun oorsprong vinden. Denk aan veel seks hebben, drugs gebruiken tijdens de seks, depressie en gedachten aan zelfmoord.”

“De manier waarop je als homoman in het leven staat, wordt voor een groot deel gevormd wordt door het feit dat je niet hetero bent en dus ook zodanig behandeld wordt door de maatschappij. Ik vond het zo confronterend om te ontdekken dat ik mij als homoseksuele man was gaan gedragen naar de stereotypen die op mij geprojecteerd werden. Een homoman wandelt van schaamte en boosheid vandaan: doordat je nooit hebt voldaan aan het ideaalbeeld van een man, internaliseer je een zekere zelfhaat. Dat uit zich in zelf-destructief gedrag.”

“Door Downs’ analyses heb ik mijzelf een stuk beter leren kennen. Ik dacht echt dat mijn seksualiteit geen issue meer voor me vormde, dat mijn problemen er niet meer aan gerelateerd waren. Maar nagenoeg iedere homoman die dit leest, zal bij zichzelf denken: shit, daarom ga ik zo met deze gevoelens om – en tegelijkertijd weten dat hij daar niet alleen in is.”

“Dus ik raad het boek echt aan iedereen aan. Zeker ook aan heteromannen, want ik denk ook dat homomannen onwijs stigmatiserend behandeld worden. Als je bijvoorbeeld nu uit de kast zou komen, zou je waarschijnlijk zoiets te horen krijgen als: ‘oh wat onwijs leuk, ik dacht dit altijd al!’, wat betekent: je bent top, maar toch anders. Dat idee moet echt uit de samenleving. Iedereen heeft er dus boodschap aan: van de vrouw die graag een gay best friend wil, tot de vader die ooit een homoseksuele zoon zal opvoeden.”

4. Black Skin, White Masks – Frantz Fanon (1952)

“Dit exemplaar kocht ik in een fase waarin ik mij obsessief bezighield met racisme. Toen ik ontdekte dat hier al veel over geschreven was, heb ik mijn spaarrekening geplunderd en zo’n twintig boeken gekocht. Dit was daar één van. Dat het een wereldberoemd en zeer controversieel boek was, ontdekte ik later pas.”

“De Algerijn Fanon – die op zijn 36e overleed aan de gevolgen van leukemie – was psychiater ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd met Frankrijk. Hij beschreef de zwarte psyche in een witte wereld – hoe die vervormd wordt tot wat witte mensen ervan maken. De werking hiervan is dubbel: omdat zij zo over ons denken, gaan wij ons zo gedragen, waardoor zij weer bevestigd worden in hun ideeën. Ik werd als lezer zo geconfronteerd met hoezeer de mens gevormd wordt door dingen waar hij of zij geen invloed op heeft. Ik bedoel: huidskleur, waar hebben we het over?”

“Door dit boek voelde het alsof ik mijzelf had verraden, door mij te hebben geconformeerd aan mijn witte omgeving. Om dat gevoel van ontheemding te overkomen, en dichter bij mijn authentieke zelf te komen, zal veel tijd nodig zijn – als het überhaupt mogelijk is. Ik merk het ook aan mijzelf: dat ik mijzelf constant weer conformeer en wegcijfer naar de witte standaard. Het is het enige dat je kent.”

“Enerzijds bekrachtigde dit boek mij dus heel erg, maar anderzijds realiseerde ik mij ook: het is een onhaalbare droom om onafhankelijk van de structuren om mij heen te leven. Toch ga je er wel op letten bij het aangaan van nieuwe vriendschappen: bied jij mij wel het intellectuele respect om mij niet slechts als persoon van kleur te behandelen, maar gewoon als volwaardig mens?”

5. Game of Thrones – George R.R. Martin (1996)

“Dit is de allerleukste. Ik moet ook meteen toegeven: ik heb de vervolgen nog nooit gelezen. Het tweede deel kreeg ik met sinterklaas van mijn tante, maar door mijn rusteloosheid ben ik daar nog niet in begonnen. Deel een heb ik in één lange adem uitgelezen.”

“Wat ik het tofst vind aan dit verhaal? Heb je even? In het kort: de complexe wijze waarop Martin structureert als verteller. Als scriptschrijver kijk ik met mijn mond open naar hoe hij dat doet. Ik heb hem helemaal suf geanalyseerd. De manier waarop hij karakters tegenover elkaar zet, ze menselijk maakt, plottwists opzet, een wereld schept… Dat vind ik zó knap.”

“Het is niet eens zo dat ik het verhaal geweldig vind. Hij heeft eigenlijk gewoon alle populaire dingen die je maar kan bedenken bij elkaar gegooid – let’s be real. Maar ondanks dat, creëert hij door één twist – namelijk het emanciperen van personages – toch een van de meest succesvolle boekenreeksen ooit.”

“Van dit boek heb ik meer geleerd dan van welk scriptschrijfboek ooit. Het belangrijkste is dat je een verhaal, door niet je eigen fantasie in het wilde weg te laten gaan – want zo schrijven de meeste Nederlandse schrijvers – maar door te beseffen welk verhaal je vertelt en waarom, anders kunt laten zijn dan de vergelijkbare verhalen die al verteld zijn. Ook het begrip van sociale context is hierin belangrijk. En laat dat nou net een belangrijke reden zijn waarom ik sociologie doe.”

Jorit Verkerk

Editor in chief

Giulia Morlando

Photographer

Leave a Reply