Autoritaire moderniteit

Terwijl ik in de Starbucks zit te wachten op een trein die me zal brengen naar de Apple store voor een Macbook reparatie overhoor ik een gesprek tussen twee dames. Beide 70 plus. Beide een bril op het puntje van hun neus. De een met een rode baret over het hoofd. De ander met een rode spoeling door het haar. Terwijl ik in een staarwedstrijd met het oplaadtekentje van mijn iPhone bevind, onwennig zonder iets te hebben wat mij afleid van de tijd die ik nog moet wachten, luister ik het gesprek onwillens af. De dames zitten ver voorovergebogen te kijken naar hun gekochte NS-kaartje: een dagje met de trein inclusief een kopje koffie en gebakje op locatie. Een van de vrouwen is ietwat slechthorend, dus erg moeilijk om mee te luisteren is het niet. Hardop lezen ze de voorwaarden van hun actie: “Maar moet ik dan ook uitchecken met deze kaart?” vraagt de een aan de ander. Ze wordt aangekeken met een vragende blik: “Uitchecken, wat is dat?”. Een discussie van ruim een kwartier over wat nou precies die poortjes zijn en hoe ze werken volgt. Als een van de vrouwen vertelt dat ze nooit snel genoeg is voor de poortjes, en regelmatig klem komt te zitten, beginnen beiden onbedaarlijk te lachen. Voorbeelden van onbegrijpelijkheden als het internet, internetbankieren en online de krant lezen komen voorbij. Plots is een van de twee dames stil en fluistert ze: “In deze moderne wereld is eigenlijk niet meer echt plek voor ons hè?” “Nee,’ antwoord de ander ‘soms voel ik me hier niet helemaal meer thuis”. Beiden staren ze een minuut of vijf voor zich uit. De uitgelaten sfeer van het lachen lijkt omgeslagen. Plots staat een van de vrouwen heel vief op. “Ergens warm zitten en onze middagboterham eten?” “Goed idee! Zullen we een bus nemen naar de binnenstad?” vraagt de andere vrouw. “Nee, liever niet, ik snap namelijk helemaal niks meer van de nieuwe routes die de bussen rijden.” Een geïrriteerde zucht ontsnapt. “Hadden we maar zo’n slimme telefoon,’ zegt ze ‘Dan konden we het even opzoeken.”.

De dames staan op, lopen weg, en binnen enkele seconden wordt hun plek ingenomen door twee kinderen van ongeveer tien en acht jaar oud. De oudste heeft een iPhone 5 vast en loopt er heel trots mee te zwaaien. “Deze heb ik van papa gekregen voor mijn verjaardag! Ik wilde eigenlijk een iPhone X maar daar vond papa me te jong voor.” De laatste zin wordt enigszins verontwaardigd uitgesproken. Plots laat de tienjarige de telefoon vallen, met als gevolg een barst in het scherm. Onbedaarlijk gehuil volgt met een typische over-dramatische kinderuitspraak: “Mijn leven is [over]!”. Het enige wat ik kan doen is lachen, terwijl ik eerder zelf in tranen was toen ik koffie over mijn Macbook had gegooid en precies dezelfde kinderlijke uitspraak door mijn hoofd had gespookt. De modernisering lijkt de autoriteit te hebben om het bestaansrecht van generaties te bepalen. Waar de ene generatie de waarde van het bestaansrecht ontleent aan het bezitten van technologische snufjes, lijkt de andere generatie het hare verloren te zijn.

Delia Spoelstra

Tekst

Laurie Zantinge

Beeld

Leave a Reply