nieuws28/11

SoMo zoekt fotografen!

De beeldredactie is dringend op zoek naar fotografisch talent!

Maak jij in je vrije tijd graag foto’s en lijkt het je leuk om deze afgedrukt te zien in ons prachtige magazine?

Stuur dan een mailtje naar sociologischmokum-fmg@uva.nl!

artikel19/11

Gezondheid, burgerschap en eigen verantwoordelijkheid

Noot van de redactie: wegens technische problemen is een gedeelte van dit artikel niet in de papieren SoMo over Gezondheid & Leven terecht gekomen. Onze excuses daarvoor. Het volledige stuk staat hier.

 

Christian Bröer is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Binnen de bachelor geeft hij de themamodule ‘Gezondheid & Burgerschap’.

 

Iedereen heeft in haar of zijn leven te maken met gezondheid en ziekte. Soms gaat het om leven en dood; veel vaker gaat het om een gezonde toekomst: we letten op ons voedings- en bewegingspatroon en controleren ons lichaam op tekenen van ziekte. Dat doen we niet geheel spontaan. Hoe we voor onszelf moeten zorgen, leren wij ook van en aan elkaar. Dat geldt al voor de wijze waarop we omgaan met acute pijn en nog veel sterker voor niet direct waarneembare gezondheidsrisico’s. Overal in ons leven vinden we dan ook preventiebeleid: op het pakje sigaretten, in de margarine en bij inentingen.

De overheid bemoeit zich actief met de gezondheid van haar burgers. Uit de voorgaande drie voorbeelden van preventiebeleid blijkt hoe verschillend die bemoeienis eruit kan zien: gezonde voeding lijkt nu nog voor een belangrijk deel een kwestie van eigen verantwoordelijkheid, bij roken is de ruimte voor keuze al behoorlijk gereguleerd en veel inentingen zijn verplicht. In gezondheidsbeleid krijgt burgerschap, de verdeling van rechten en plichten en de relatie tussen burgers en overheid, aldus een concrete vorm. Nicholas Rose spreekt daarom van “citizenship projects”.

Het gaat hier dus niet om burgerschap als politiek-theoretisch concept, maar om de wijze waarop autoriteiten en potentiële burgers elkaar over en weer benaderen. Daarin kunnen we drie typen onderscheiden: gezondheidszorg als gunst, als recht en als plicht. Gunst, recht en plicht lijken historische fasen te beschrijven: de klassieke armenzorg, de vroege verzorgingsstaat en de terugtredende verzorgingsstaat of participatiesamenleving. Maar een dergelijke fase-indeling verhult dat vandaag de dag alle drie de vormen tegelijk bestaan. Zorg als gunst, als liefdadigheid of aalmoes, is nooit verdwenen. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is het overheidsbeleid bovendien gericht op een versterking van mantelzorg en  vrijwilligerswerk . Liefdadigheid wordt daarmee deels een plicht. Het recht op gezondheidszorg is verankerd in de grondwet (artikel 22) en in een zeer omvangrijk zorgstelsel. Dat burgers al enkele decennia aangespoord worden om bepaalde verantwoordelijkheden zelf in te vullen; dat gezondheidszorg een burgerplicht is geworden, doet daar niets aan af.

 

Eigen verantwoordelijkheid

Wel is nadruk op eigen verantwoordelijkheid, of “de plicht het lot in eigen hand te nemen” zoals Trudy Dehue (2008) dat formuleert, de afgelopen decennia steeds duidelijker op de voorgrond getreden. Dehue betoogt dat, volgend op de liberalisering van de arbeidsmarkt, ook de (geestelijke) gezondheidszorg in het teken is komen te staan van zelfzorg en activering. Ongezondheid moet vroeg, snel en met vechtlust aangepakt worden zodat burgers kunnen “participeren”, bij voorkeur in het arbeidsproces. Vooral chronische ziekte is geen excuus meer, maar een uitdaging of opdracht om ondanks alles vooral goed voor jezelf te zorgen, jezelf te ontplooien en mee te doen waar dat kan.

Melissa Sebrechts heeft onlangs een fraaie scriptie over burgerschapsidealen in de zorg geschreven: Care as a way up, about children with ADHD and their understandings of responsibility. Melissa heeft een casestudie gedaan op een school voor kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden in Antwerpen. Zij laat zien dat de zorg voor deze kinderen vooral moet bijdragen aan sociale stijging. Dat de kinderen met ADHD of anderszins gediagnosticeerd zijn ontslaat hen niet van de verantwoordelijkheid voor hun gedrag. Integendeel, zij worden ervoor verantwoordelijk gemaakt om goed met hun problemen om te gaan en desondanks het beste uit zichzelf te halen.

Eigen verantwoordelijkheid heb je niet zomaar, die krijg je van anderen. Actief gezondheids-burgerschap is in Nederland op tal van terreinen in beleid gegoten. De Rijksoverheid is onder meer bezig om Nederlanders meer te laten bewegen. De landelijke nota gezondheidsbeleid uit 2011 stelt het volgende:

“Bewegen is goed voor de gezondheid: mensen die voldoende sporten en bewegen zijn minder vaak ziek. De Rijksoverheid geeft daarom geld aan projecten die mensen aansporen meer te gaan sporten en bewegen”.

Dit beleid schetst een onschuldig en hoopvol perspectief: gezondheid is “dichtbij”, haalbaar voor iedereen die in beweging blijft. Burgers zijn hier actief, mondig en hebben hun lot in handen. Hoe vrolijk en eenvoudig dit ook klinkt, gezondheid is in dit perspectief altijd voorwaardelijk. Het is geen vanzelfsprekendheid maar een opdracht. Er is voortdurende inspanning nodig. Schuld en ziekte dreigen voor degene die verslapt. Onderbelicht blijft daarmee ook dat we ziekte en aftakeling maar in beperkte mate tegen kunnen houden. Door individueel gedrag zo centraal te stellen zou bovendien uit het oog kunnen raken dat het verminderen van sociale ongelijkheid eveneens gezondheidswinst kan opleveren.

We zien ook de “political economy of hope”. Een gezonde leefstijl kweekt niet alleen hoop op een lang en gelukkig leven. Het is tevens een manier om kostenbesparing bij de overheid te realiseren en uitgaven voor gezondheidsproducten op te stuwen (van cholesterolverlagende margarine en fietsen, tot rawfood). De farmaceutische industrie is in dit perspectief minder gericht op genezing, en meer op het verstrekken van “drugs for life” : middelen om langer en productiever te leven.

 

Activisme

De plicht om vrijwillig te streven naar gezondheid gaat samen met bepaalde vormen van activisme en “biosociality”, opnieuw een term van Rose. Burgers organiseren zich rondom lichamelijke kenmerken en eisen gezamenlijk behandeling, onderzoek, hulp en steun. Denk aan AIDS-activisme, Pink Ribbon en kankerbestrijding in het algemeen of groepen ouders van kinderen met ADHD, autisme en dergelijke. Het aantal burgers dat in Nederland aangesloten is bij de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie is met 2,5 miljoen hoger dan het aantal vakbondsleden (1,3 miljoen) en partijleden (300.000) bij elkaar. Daar waar de arbeidersbeweging en in mindere mate de milieubeweging nog tegenover bedrijven stonden, gaan “health social movements” vaak een alliantie aan met de (farmaceutische) industrie. Samen strijdt men voor meer of andere behandelingen.

De “strijd tegen kanker” is een goed voorbeeld van gezondheidsactivisme. Kanker is in dit perspectief geen gegeven, maar een vijand die verslagen kan worden. “Patiënten” zijn dan “helden”.  Op de website van PinkRibbon Nederland lezen we: “9 borstkankerdoden per dag. Dit getal kan en moet omlaag” met daarnaast een roze button om donateur te worden en daaronder toegang tot de webshop om een “geluksarmband” te kopen.

Deze invulling van eigen verantwoordelijkheid roept tal van vragen en kritieken op: wordt zorg bijvoorbeeld meer afhankelijk van medelijden? Welke groep of aandoening roept voldoende medelijden op om activisme op gang te krijgen? In het geval van borstkanker kan onder meer de vraag gesteld worden of het roze optimisme recht doet aan het leed van de (terminale) patiënten. (De trailer van de documentaire Pink Ribbons, Inc., te zien via YouTube, vat een aantal kritiekpunten goed samen).

Als socioloog hoeven we echter niet alleen de negatieve effecten te benadrukken. We kunnen ons ook afvragen welke nieuwe mogelijkheden ontstaan. Zo heeft Epstein in de jaren negentig laten zien dat AIDS-activisten erin geslaagd zijn onderzoekspraktijken op een positieve manier te beïnvloeden en in zekere zin te democratiseren.

 

Tot slot

De vele, vaak alledaagse manieren van omgaan met gezondheid en ziekte hangen af van en zijn van invloed op onze rechten en plichten als burgers. De nadruk op eigen verantwoordelijkheid betekent dat de overheid zich terugtrekt en tegelijkertijd uitbreidt. Het actief gezondheids-burgerschap verandert onze gevoelens en gedragingen op fundamenteel niveau. Onderzoek van Evelien Tonkens, Jan Willem Duyvendak, mijzelf en anderen zal aan het licht brengen hoe dat uitpakt.

redactioneel07/11

SoMoBo

Donderdag 7 november vieren wij het verschijnen van de eerste SoMo van dit collegejaar. Komt allen!