Geen categorie29/10

Drugs in Amsterdam – Een sociologische beschouwing van de actualiteit

Naar aanleiding van de, in ieder geval één en mogelijk drie, ‘drugsdoden’ tijdens ADE is een discussie ontstaan over het drugsgebruik van jongeren. Hierbij word veel aandacht besteed aan de gevaren die drugs met zich mee kunnen brengen. Er wordt gesproken over ‘de pillengeneratie’ en ‘zombiefestival ADE’. Wat mij betreft kan de ontstane morele paniek wel wat sociologische verdieping gebruiken. Omdat onder feestende jeugd Berlijn al sinds jaar en dag als het Mekka van de elektronische word gezien zal ik aan de hand van de Berlijnse sociologen Weber, Tönnies en Simmel de vraag behandelen: wat maakt dat de stad een plek is waar jongeren drugs gebruiken? Het jaarlijkse onderzoekspanel Antenne zal daarbij gebruikt worden om de motieven van Amsterdamse jongeren aan de ideeën van deze theoretici te verbinden.

Amsterdam Dance Event (ADE) is in 25 jaar tijd
uitgegroeid tot het grootste internationale elektronische muziekfestival van de wereld. Het jaarlijks terugkerende clubfestival is in de loop van haar bestaan uitgegroeid tot het grootste internationale elektronische muziekfestival van de wereld. Via on- en offline netwerken mobiliseren jongeren elkaar om deel te nemen aan één of meer van de, in totaal rond de 500, evenementen. Die zijn dan ook in een mum van tijd uitverkocht. De populariteit van ADE zal waarschijnlijk geen toeval zijn. In de afgelopen jaren hebben de uitgaanscentra van Amsterdam goed in weten te spelen op de toestroom van studenten en toeristen naar de stad. Dit heeft geresulteerd in een bloeiende uitgaanscultuur. Een fenomeen dat echter onlosmakelijk verbonden lijkt te zijn met deze uitgaanscultuur is drugsgebruik onder jongeren. Niet alle jongeren gebruiken drugs maar wel in toenemende mate en intensiever, zo blijkt uit het jaarlijkse pannel onderzoek van Jellinek en de Universiteit van Amsterdam onder Amsterdamse jongeren.

Oude Berlijnse theorieën
Rationalisering
In zijn artikel The Nature of the City gaat Max Weber op zoek naar een ideaal-typische beschrijving van de stad. Dit doet hij doormiddel van een macro historisch perspectief. Hij laat hierbij een proces van vergaande rationalisering zien ten aanzien van de manier waarop mensen in steeds grotere samenlevingsverbanden leven. Een manier die radicaal anders is dan ooit tevoren. Kenmerkend voor deze rationalisering zijn onder andere een bureaucratische organisatie van het stedelijke politiek apparaat en een vergaande arbeidsdeling. Een systeem waarbij het individu een groot deel van de organisatie van menselijke activiteiten uit handen moet geven aan autoriteiten.

Gezelschap en gemeenschap
Vanuit Ferdinant Tönnies theorie in Gesellschaft und Gemeinschaft kunnen we meer kijken op een meso niveau. Hij gaat er vanuit dat door de groei van het aantal mensen dat in steden woont twee verschillende samenlevingsvormen zijn ontstaan met ieder een eigen manier van oriënteren op de leden binnen die samenleving. In de ‘Gemeinschaft’ zijn mensen merendeels zelfvoorzienend. Er is een relatief homogene samenstelling van de bevolking die bij elkaar gehouden word door een aantal simpele en overzichtelijke instituties. Affectieve bindingen staan hier centraal. De ‘Gesellschaft’ daarentegen is complex. Er is sprake van vergaande arbeidsdeling, een ‘self-intrest’-mentaliteit en de heterogene samenstelling van de bevolking word niet bij elkaar gehouden door een gemeenschappelijk raamwerk van instituties maar er zijn diverse sub-culturen met ieder hun eigen regels. Deze doelgerichte op kapitalisme gebaseerde manier van samenleven is terug te vinden in de stad.

Psychologische condities
De theorieën de drie Duitse heren sluiten goed op elkaar aan. De uitkomst van de ontwikkelingen die Weber beschrijft en het verschil in samenlevingsverbanden dat daarmee ontstaat zoals te lezen is in het werk van Tönnies word door Georg Simmel op een micro sociologische niveau beschreven. In The Metropolis and Mental Life probeert Simmel de consequenties voor het individu in kaart te brengen die het leven in de stad met zich meebrengt. Ook hij ziet de rationaliteit die Weber en Tönnies beschrijven als kenmerkend voor het stedelijke leven. Relaties tussen individuen zijn doelgericht en onpersoonlijk, voegt hij er aan toe. Inwoners van een stad zijn permanent onderhevig aan een veelvoud van prikkels. In de stad ontstaan iedere dag wel nieuwe situaties waar het individu op moet anticiperen. Om deze overdadigheid aan psychologische stimuli te kunnen verdragen neemt het individu een ‘blasé-houding’ aan die werkt als een filter ten behoeve van het bereiken van de economisch-rationele doelen.

Nieuwe Amsterdamse uitgaanscultuur
De stedelijke sfeer die de auteurs beschrijven zou bestaat uit vervreemdende bureaucratische systemen waar affectieve bindingen op de achtergrond staan en waar individuen aangejaagd worden door doel-rationele, economisch gerichte relaties. Herkennen Amsterdamse jongeren deze sfeer? Is dit voor hun een reden om drugs te gebruiken? Het jaarlijkse pannel onderzoek Antenne dat geschreven is door Jellinek en de Universiteit van Amsterdam geeft een duidelijk inzicht in de motieven van jongeren om drugs te gebruiken. Decennia lang volgen zij de Amsterdamse uitgaanswereld en het daarmee verbonden alcohol- en drugsgebruik van deze groep. Gezien de ontstane discussie zullen we in dit stuk vooral kijken naar de gegevens die zij verzameld hebben over het gebruik van zogenaamde ‘stimulantia’. Hieronder vallen onder andere extacy, cocaïne en amfetamine.

Bureaucratisering van uitgaansleven
In de meest recente editie van Antenne (2013) worden verschillende ontwikkelingen in verband gebracht met het uitgaansgedrag van jongeren. Een grote toename aan studenten en toeristen heeft in de afgelopen jaren de druk op de uitgaanscentra verhoogd. Tegelijkertijd is het aanbod van uitgaansvoorzieningen toegenomen. Een reactie van het gemeentelijke politieke bestel hierop was onder andere een verscherping van de regels voor clubeigenaren en festivalorganisatoren. Zowel ten aanzien van veiligheid als ten aanzien van drugs. De wil van jongeren om ‘echt los te kunnen gaan’ en drugs te gebruiken blijf echter bestaan. Naast het feit dat er dan ook drugs mee gesmokkeld word in clubs, is er ook een andere groep, die steeds groter wordt, die hun festiviteiten buiten het reguliere uitgaanscircuit organiseren. Een rauwer, ruiger, grens- en regellozer feest waar het comfortabeler is om drugs te gebruiken en mogelijkheid biedt om volledig los te gaan. Deze ‘raves’ keren zich af van de ‘mainstream’ uitgaanscultuur waar mensen niet in vrijheid kunnen feesten, maar in een goed georganiseerde bureaucratisch gecontroleerde en commerciële omgeving.

Gemeinschaft in de gesellschaft
Binnen de ‘Gesellschaft’ van de stad vinden jongeren via social-media saamhorigheid in een gemeenschappelijke uitgaanscultuur. Drugs speelt hier bij een belangrijke rol. Zo valt in Antenne 2012 te lezen: ‘‘Mensen die nog nooit extacy hebben gebruikt of zelfs anti-drugs zijn, worden op feesten soms overmand door de sfeer van saamhorigheid en willen het dan toch opeens proberen’’. Het drugsgebruik maakt dat iemand in korte tijd affectieve verbondenheid voelt met mensen om hem of haar heen. Een verbondenheid die gezien kan worden als een vorm van ‘Gemeinschaft’.

Anti-blasé
“Het uitgaansleven is een verzameling cultuurtjes van hipsters, kakkers, ravers, weekendhippies of hoe ze ook genoemd worden door panelleden. Een groot deel daarvan is student.’ staat in Antenne 2012 beschreven. Eén van de ondervraagden vertegenwoordigt een netwerk van ‘ontspoorde kakkers’ die de realiteit uit de weg gaan en weinig serieus met hun toekomst bezig zijn. Deze mentaliteit refereert niet zozeer aan de behoefte om drugs te gebruiken, maar wel aan een sentiment dat heerst onder Amsterdamse jongeren. Bovendien kan het gebruikt worden als een illustratie van de conclusie die de auteurs trekken als het gaat om het toenemende gebruik van extacy: “Extacy wordt na 25 jaar op de markt nog steeds als een cruciale feestdrug gezien. Het is een korte escape uit de allerdaagse beslommeringen en banaliteit. Het spontane en ongeremde gedrag naar anderen, het openen van jezelf en het sensuele liefdesgevoel dat je met anderen wilt delen. [...] Daar kan volgens velen geen enkel ander middel aan tippen.” Hiermee lijkt de feestganger een manier te hebben gevonden om om te gaan met de psychische consequenties die het ‘blasé leven’ dat de stad met zich meebrengen.

De stedelijke sfeer die door de drie Berlijnse auteurs word beschreven lijkt overéén te komen met de motieven van jongeren om drugs te gebruiken. Urbanisatie en strengere wetgeving brengen een wildere feestcultuur met zich mee, drugsgebruik geeft een gevoel van saamhorigheid en biedt bovendien de mogelijkheid om te ontsnappen aan de sleur van alle dagen. De theorieën bieden weinig perspectief om de vraag te onderzoeken waarom het nu juist jongeren zijn die deze motivaties geven voor hun drugsgebruik. Dit kunnen we echter wel terug vinden als we nogmaals kijken naar de quote over ‘de ontspoorde kakker’, waarin gerefereerd word aan een sentiment dat heerst onder hedendaagse jongeren. Een sentiment dat misschien wel eens heel anders zou kunnen zijn dan dat van jongeren 10 of 20 jaar geleden.

Jasper van den Berg

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>